Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

145

of afgeleverd of zoodra zij aldaar tot eigen verbruik worden bestemd.

Kolenslik wordt geacht voor een bij algemeenen maatregel van bestuur te bepalen gedeelte uit steenkool te bestaan.

Het récht bedraagt vijf en twintig cent voor iedere ton van duizend kilogram.

Hftf Recht op de mijnen voor bruinkolen.

Art. 14. Bruinkolen zijn aan het recht op de mijnen onderworpen, zoodra zij worden verzonden of afgeleverd of zoodra zij worden bestemd tot eigen verbruik, hieronder begrepen het verbruik ter bereiding van een nieuw product, zooals briketten.

Het recht bedraagt zeven cent voor iedere ton van duizend kilogram.

V. Recht op de mijnen voor steenzout dat in opgehsten staat wordt gewonnen.

Art. 15. Steenzout dat door oplossing van zoutlagen en oppomping van het zouthoudend water wordt gewonnen, is aan het recht op de mijnen onderworpen zoodra het aan de oppervlakte wordt gebracht.

Het recht wordt berekend naar de hoeveelheid chloornatrium die in het opgepompte water is vervat. Buiten aanmerking bhjft het chloornatrium aanwezig in het water dat met inachtneming van de bepalingen der accijnswetgeving, als niet geschikt voor raffinage, wordt vernietigd.

Het recht bedraagt vijf cent voor iedere ton van duizend kilogram.

Art. IS. Ten aanzien van de bij het vorige artikel bedoelde zoufrcrinning zijn de artikelen 2 en 4 niet van toepassing.

VL Slotbepalingen.

Art. 1T. Aan de bij artikel 1 der wet van 22 December 1919 [Staatsblad n°. 829) aangewezen middelen ter goedmaking van de uitgaven, begrepen in de Staatsbegrooting voor het dienstjaar 1920, wordt na nummer 27a ingevoegd:

„276. Het recht, dat te beginnen met 1 April 1920 wordt geheven van de delfstoffen, die door mijnontgmning worden gewonnen."

Sluiten