is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdrage tot vaststelling van eenige parallel-tests in het systeem van Binet-Simon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

108

Dus te moeilijk als parallelvraag zijn zeker no. 10, 13, 15 en 16. No. 9, 12, 14 en 17 zijn blijkbaar aan de moeilijke kant, .doch waarschijnlijk toch wel te gebruiken als parallelvragen Hiervan zijn door Binet no. 14 en 17 geplaatst met drie andere in één test. Door Bobertao zijn ze echter weggelaten, omdat ze te moeilijk waren.

Te gemakkelijk als parallelvraag zijn no. 1, 3 en 6. No. 2, 4 en 5 zijn blijkbaar aan de gemakkelijke kant, doch vermoedelijk wel als parallelvragen te gebruiken.

Gelijkwaardig met de vragen van Binet, zijn no. 7, 8 en 11.

KARSTaDT heeft deze vragen voorgelegd aan drie groepen kinderen: één van 9-jarigen, één van 1 O-jarigen en één van 11-jarigen. Bij deze kinderen paste hij niet de drie vragen van Binet-Bobertag toe. Daardoor is vergelijking met de uitkomsten van die zinnen niet mogelijk. De zinnen van Binet-Bobertao stelde hij vast als geschikt voor 11-jarige kinderen.

Hiervan uitgaande zouden volgens zijn uitkomsten te gemakkelijk zijn: No. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 13, en te moeilijk no. 12, 16 en 17; terwijl no. 14 en 15 ongeveer in de termen zouden vallen, om als parallelvragen gebruikt te worden.

Geheel in overeenstemming daarmee zijn mijn uitkomsten ten aanzien van vragen no. 1, 3, 6, en 16. Vrij goede overeenstemming ten opzichte van vragen no. 2, 4, 5, 12 en 17.

Zeer uiteenloopend zijn mijn uitkomsten met die van KarstSdt voor de vragen no. 9, 10 en 13, welke ik tot de moeilijke groep reken, terwijl ze op grond van de resultaten van KarstSdt tot de gemakkelijke zouden behooren. De uitkomsten bij 9 en 1 O-jarigen met no. 10 en 13 (respect. 51,8%; 45,1% en 16,1 %; 41,2%) wijzen er toch wel op, dat deze ten minste niet zoo heel erg gemakkelijk zijn. En misschien, dat het verschil met vraag no. 9 voortspruit uit een lichtere eisch aan het antwoord, wat bij deze vraag („wat moet men doen, als men voortdurend door iemand tegengesproken wordt") zeer wel mogelijk is.

Zooals ik bij de bespreking van de verschillende vragen en de vereischte antwoorden reeds opmerkte, geven de psychologische vragen van Treves en Saffiotti aanleiding tot vele moeilijkheden. De resultaten ervan samenvattende, zien we dat door: Normalen 1 en 3

Melancholie 1, 2, 3, 4, 5. Dem. praecox 1, 2, 3, 5. Dem. senilis 3, 4, 5.

Epilepsie 3, 5.

Dem. paralytica: (1, 2, 3, 4, 5). als te moeilijk voor parallelvragen aangegeven worden.

Epilepsiepatienten duiden no. 4 en de imbecillen en debielen no. 1 en 4 als te gemakkelijk aan. No. 1, 3 en 5 zijn dus blijkbaar te moeilijk, terwijl ten opzichte van no. 4 geen overeenstemming bestaat.