Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

456

HET ADATRECHT DER INLANDERS

seman in Recht Nederlandsch-Indië 86, 1906, over den Balischen eed; Fraser over inheemsche rechtspraak in Indische Gids 1910 II; een bijeenvattend artikel van Jasper in Tijdschrift Binnenlandsch Bestuur 45, 1913; Agerbeek over Zuid-Bali in Tijdschrift Bataviaasch Genootschap 57, 1916; over het kastenwezen (in EngelschIndië) Speijer in Indisch Genootschap 1912; Adatrechtbundel I en X; Van der Tuuks Kawi-Balineesch woordenboek; en de op blz. 147 genoemde geschriften. Over het rijkje Soembawa het op blz. 431 genoemde relaas van Zollinger uit 1850. Als rechtsdocumenten, die hier bij massa zijn, ontmoet men slechts: koopcontracten uit Boelëlëng bij Van Bloemen Waanders blz. 260—267; gerechtsstukken bij Van Dissel; akten in Van Ecks Handleiding; een aannemingscontract in Indische Gids 1887 I blz. 26—27; Lomboksche schenkbrieven, zie boven blz. 103. Naast dit alles zijn uiteraard de toevallige gegevens van Jacobs in De Baliërs, 1883, onbeteekenend geworden.

Inlandsche teboekstellingen schijnen te ontbreken. Dorps- en waterschapsverordeningen zijn, deels voluit deels in samenvatting, te vinden bij Van Eek en Liefrinck, Kerta-sima (in vertaling), Tijdschrift Bataviaasch Genootschap 23, 1876, blz. 161—237, alsmede bij Liefrinck (tekst), aldaar 33, 1890, blz. 439—472 '1 °°k bezit het legaat-Van der Tuuk (blz. 109) er eenige.

Vorstenedicten zijn voor Bali tot dusver niet gepubliceerd; evenmin edicten van de stedehouders der gouvernementslandschappen Karangasem, Gianjar en Bangli. Daarentegen zijn de „landsverordeningen der Balische vorsten van Lombok" (waarvan reeds staaltjes in Tijdschrift Bataviaasch Genootschap 42, 1900, blz. 26 vgg. en blz. 519 vgg., en in Indisch Genootschap 1904 blz. 208—209) door Liefrinck in 1915 in twee deelen voortreffelijk uitgegeven in tekst en vertaling, met omstandige inleidingen. Terwijl gewoonlijk van zulke edicten de toepassing buiten de naaste omgeving der vorstelijke residentie te wenschen laat, zijn ettelijke vorstelijke inzettingen op Lombok (betreffende grondvervreemding, vervreemding van te veld staand gewas, enz.) ingedrongen in de volksopvattingen; deze invoersels hebben dan ook het vorstenbestuur zelf overleefd. Ook kende men op Bali verordeningen van hoofden: in Tabanan mochten tijdens het vorstenbestuur 's vorsten poenggawa's of districtshoofden eigen in- en uitvoerrechten vaststellen en heffen, en ook elders op dat eiland

Sluiten