Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

482

HET ADATRECHT DER INLANDERS

van de dësa-, en wordt eigen baas (mondig). Door zijn trouwen wordt hij in de nieuwerwetsche dorpen lid van den dorpsraad, doch ook dienstplichtig, althans na het eerste huwelijksjaar. Naar vaderrechtelijken regel zal de vrouw wel geen bezittingen hebben, de man alleen alles. Feitelijk echter beheert op Bah de vrouw de contanten; de Balische vrouw is, ook op Lombok, een uitstekende en slimme opkoopster en handelaarster; en in een aantal dësa's genieten de vrouwen en weduwen der dësaleden een even eroot stuk grond als haar mannen. De man exploiteert zyn vrouw — zij moet zorgen, heet het, dat hij geheel beschikbaar is voor den dienst zijner dorpsvereeniging -; hij kon haar zelfs verpanden (gebruiks- of bewaarpand?) en verknopen. Voor een residentsbesluit tot verbetering van haar positie zie blz. 59.

Huwelijksontbinding door verstooting is mogelijk (hoewel vrij zeldzaam), want de vrouw is 's mans bezitting; zij behoeft niet tot de vrouw gericht te worden noch in haar tegenwoordigheid te geschieden, doch moet wel geuit zijn. Huwehjksontbinding door verstooting met gemeen goedvinden - stelt de vrouw haar man dan schadeloos voor den betaalden bruidschat? — geschiedt met het symbool van het werpen door beiden van geelgekleurde rijst welke ceremonie, samsam bidja koening geheeten, echter geen element van geldigheid is; deze ontbinding heet geboekt te worden door een kantja. Echtscheiding kan - afwijking van het vaderrecht - ook door den raad van kerta s worden uitgesproken; hoe en in welke gevallen, blijkt niet. De op Bah in zeldzame gevallen nog voorgekomen verbranding — mebela, mesatia — van vorstenweduwen bestaat in het door het decorum geëischte gebruik (niet: den plicht), dat een vorst in den dood gevolgd worde door een of meer van zijn vrouwen \ over de al dan niet Hindoesche herkomst dezer zede heerscht nog onzekerheid.

Over huwelijksluiting, huwelijksgoederenrecht en huwehjksontbinding bij Sasaks en Soembawareezen ontbreken gegevens.

Men onderscheidt op Bali de onmondige manspersonen in jonge kinderen, aankomende jongens (troena-boenga) en volwassen vrijgezellen (troena). Over de aankomende knapen en de vrijgezellen zie blz 467, 463 en 468. Denkelijk eindigt de onmondigheid, als men ophoudt huiskind te zijn. Over voogdij geen gegevens.

Erfrecht. Het Balische erfrecht bepaalt zich met tot goederen maar omvat in de ouderwetsche dorpen ook het lidmaat-

Sluiten