is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdrage tot de kennis van de maatschappelijke verhoudingen van de zestiende-eeuwsche Doopers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

79

maar daarnaast ook de kunstsmeden, de goud- en zilversmeden, de etsers of graveurs. Bovendien was 't van groot belang, dat vele „liefhebbers"1) zich als leden in een „Hütte" lieten opnemen, omdat zij op die wijze de godsdienstige bijeenkomsten der «Broeders» konden bijwonen, zonder dat hun dat door de overheid onmogelijk werd gemaakt. Zij waren ongetwijfeld waardevolle versterkers van het religieuze element. Maar belangrijker misschien nog dan het feit, dat veel liefhebbers van het handwerk lid werden van de „Hütten", is de omstandigheid dat uit de Hütten-arbeiders de drukkers zijn voortgekomen; in de eerste plaats reeds de xylografen uit de timmerlieden, maar ook de chalcografen en typografen uit de smeden.2)

En dat juist onder de leden der „Hütten", onder de bewaarders dus der Waldenzer idealen, de drukkunst beoefend werd, moest ongetwijfeld ten goede komen aan de verspreiding van die lectuur, welke de Waldenzen altijd het liefst onder de menschen hadden gebracht.

Tal van Bijbeledities verschenen van de drukkerijen, niet het minst vertalingen in de volkstaal, ofschoon de aartsbisschop van Mainz het uitdrukkelijk verbood.3) Bovendien werd nu ook de oude stichtelijke Waldenzer lectuur, het „Meisterbuch", de „Neun Felsen" e. d. ter perse gelegd, zoodat meer dan ooit te voren de Waldenzer idealen onder de menschen gebracht werden.4)

De «Hütte» was dan ook zeer in aanzien. Geleerden en kunstenaars waren er lid van of stonden tot haar leden in vriendschappelijke verhouding. DÜRER, KRAFT, KRUG, BEHAIM, PENZ,

!) Vergl. Keller, pag. 236. 2) Vergl. Ib. pag. 318 vlgg.

De drukkerijen of «Officinen», gelijk men ze in Duitschland noemde, waren eigenlijk dochtergilden van de Hütten en van denzelfden geest doordrongen.

!) Keller, pag. 330—336, vermeldt 98 edities van Latijnsche Bijbels in de 15de eeuw en 18 edities van vertalingen in H. en N. Duitsch, ofschoon in 1468 het verbod van den aartsbisschop uitgevaardigd werd. De tekst was die van de Waldenzer vertaling uit de 14de eeuw, wat typeerend genoeg is voor den geest der drukkers. Merkwaardig is ook de lust, dien men had om grammatica's en leerboeken der klassieke talen te drukken, tot beter verstand van den Bijbel.

*) Ib. pag. 336—338.