Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

472

Gouverneur aan den Duitschen gezant ging overbrengen, waarin het op Curacao voorgevallene omstandig werd medegedeeld, kon te La Guaira geen verbinding met den wal krijgen (O. Nos. 58, 59, 60, 64 en 65). Daarna werd niemand van Curacao gekomen meer in Venezuela toegelaten, zelfs geen Venezolanen; van de republiek kon men zich evenmin rechtstreeks naar Curagao begeven (Am. di Cur. 11 Augustus 1908 N°. 1285, Cur. Cnt. 14 Augustus N°. 33). Dit laatste verbod werd echter weer ingetrokken, het eerste in zoover verzwakt, dat men eene bijzondere vergunning van president Castro moest hebben om naar Venezuela te kunnen vertrekken. (Am. di Cur. 19 September 1908 N°. 1270, Cur. Cnt. 18 September N°. 38). Deze maatregel hield waarschijnlijk ook weer verband met Castro's vrees voor de uitgewekenen; hij werd althans ook op Trinidad toegepast (O. Nos. 54 en 69). Verhooging van Eindelijk werd er op 1 October 1908 (Handelsberichten het invoerrecht g Noy igrjgj nQg ^ yan retorsie een verhoogd

°P 1 invoerrecht op stearine gelegd, hetgeen bijzonder nadeelig èn voor Curacao èn voor Nederland was, daar alle stearine voor de Venezolaansche kaarsenfabrieken uit ons land komt (Handelsberichten 22 Aug. 1907 en 28 Mei 1908). De houding van De Curagaosche bevolking, die reeds door de opstootjes

de Curacaosche gegeven had in zéér geprikkelden toestand te verkeeren, bleef bij voortduring uiterst zenuwachtig. Niet geheel zonder reden (bl. 467) was zij van oordeel, dat de Nederlandsche regeering niet goed op de hoogte was van de gebeurtenissen en het daaraan te wijten was, dat Nederland niet krachtig genoeg optrad (zie bijv. de hoofdartikelen in de Am. di Cur. van 25 Juli, 10 en 31 October 1908 N°". 1282,1293 en 1295). Een adres aan de Koningin van 3 Juli 1908, uitgegaan van de kamer van koophandel en nijverheid, het bestuur van het Algemeen Nederlandsch verbond (groep Nederlandsche Antillen) en van het bestuur van „Onze Vloot", gaf dan ook een verkort overzicht van wat Curacao

Sluiten