is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoek naar de moeilijkheden ondervonden bij de uitvoering van openbare werken in Nederlandsch-Indië door tusschenkomst van aannemers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

87

als te zijn het gevolg van force majeure en van door haar bij het opmaken van hare begrooting niet.te voorziene omstandigheden;

dat zij daartoe in het bijzonder de aandacht vestigt op de, geheel buiten haar schuld vallende, slechte bedrijfsvaardigheid van het, in volkomen goede trouw van het Gouvernement als daarvoor volkomen geschikt gesignaleerde, overgenomen, baggermaterieel; het gewijzigde verlangen van de Directie in zake het opbergen van de gebaggerde specie, — voor het grootste gedeelte op te persen in stede van in zee te storten — en de schade haar veroorzaakt door het oponthoud ontstaan door de onvoldoende constructie van door de Directie afgeleverde persdijken;

dat zij eenmaal met het werk begonnen zijnde, de door de Directie verlangde wijzigingen, de in verband daarmede staande wijzen van verrekenen en het gedurende den loop Van het' werk, ten behoeve van de Directie nog op zich nemen van eenige werkzaamheden — of schoon zij vooruit wel wist, dat daarop wederom verloren zou worden — dan ook alleen heeft aanvaard, teneinde in het belang van den Lande te handelen;

dat voor zooverre haar bekend, zij steeds op de meest practische, oordeelkundige en zuinige wijze heeft gewerkt en dat zij dan ook gelooft dat haar in deze van de zijde der Directie niet alleen geen enkel verwijt kan treffen, maar dat zij zelfs op gepasten lof aanspraak kan maken;

dat waar zij als aanneemster met zeer groote ervaring op het gebied van grond en baggerwerken, zulke groote verliezen heeft geleden, als vaststaand mag worden aangenomen, dat bij uitvoering van het werk in eigen beheer de eindkosten voor den Lande niet alleen evengroot als de hare zouden zijn geweest, maar zelfs zoo goed als zeker tot een veel aanzienhjker cijfer zouden zijn opgeloopen;

dat haar niet bekend is hoeveel, bij de thans in eigen beheer in uitvoering zijnde werken, de kosten van gelijksoortige werkzaamheden beloopen, doch dat, mocht al blijken, dat deze kosten thans lager zijn dan die welke door hare maatschap destijds zijn besteed, daarbij niet mag worden vergeten dat de Directie nu beschikt over de, bij de uitvoering van het door requestrante afgeleverde werk, opgedane ervaring en over het door haar verbeterde, noodgedrongen tot zeer lage prijzen afgestane baggermaterieel, waardoor die wellicht lagere prijzen feitelijk dus op onze kosten worden verkregen;

dat zij bij de voltooiing van het werk nog steeds in de hoop leefde, dat de geleden verliezen zouden worden goedgemaakt door onderhandsche gunning van meer loonende werken en daarin dan ook de reden moet worden van haar, niet dadelijk na den afloop van het werk doen van het verzoek om vergoeding van de geleden schade;

dat zij daarin echter ernstig werd teleurgesteld omdat bij die volgende werken openbare besteding is gehouden, waarbij haar de uitvoering niet werd gegund, omdat hare inschrijvingen, thans gebaseerd op de alhier opgedane ervaring, niet de laagste bleken te zijn;

dat de andere, eveneens op verzoek van de Regeering door haar aangenomen werken — beleefde referte naar de daaromtrent ingediende verzoekschriften, — haar evenzeer zeer groote geldelijke verliezen hebben veroorzaakt, met het gevolg dat de maatschap, indien de Regeering haar niet spoedig te hulp komt, eerlang de zaken niet meer drijvende zal kunnen houden;

dat zij dientengevolge thans genoodzaakt is, ter zake de financieele hulp der Regeering in te roepen en daarbij de hoop uitspreekt, • met het bovenstaande er in te zijn geslaagd Uwe Excellentie de overtuiging te hebben geschonken, dat de billijkheid en goede trouw mede brengen dat hare maatschap, met het oog op de bij de uitvoering van het onderhavige werk geleden verhezen, als in de nota berekend tot een totaal bedrag van f 217409, zegge tweehonderd en zeventien duizend vierhonderd en negen gulden, wordt schadeloos gesteld;