Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

Blz.

§ 8. Groote gevaren. De sociale ellende. De machine; de lange werktijd; het lage loon. Het wezen van den arbeid als zoodanig ........ 33

§' 9. De vierde stand ongeorganiseerd. Organisatie onmogelijk gemaakt door de wet. Verklaring hiervan vanuit de geestelijke overtuigingen: er is geen maatschappij als organisatie. Herstel van het recht van vereeniging ...... 36

§ 10. Dit herstel zeer langzaam werkend. Nieuwe problemen voor wetgever en rechter. Rechtsonzekerheid. De geschiedenis in Nederland. De jaren 1848—1855—1872. Het jaar 1903 ... 39

§11. De regeling van het arbeidscontract. De vroegere bepalingen in het B. W. De regeling van 1907. Geleidelijke voortgang. De collectieve arbeidsovereenkomst; de vakvereeniging. Wat is staking? De taak van dèn rechter. Onvolledige . wetgeving HjH

§ 12. Deze vragen sociaal bezien. Niet slechts politiek. Niet slechts economisch. Het sociale ziet „den mensch". Ongeoorloofd, om dezen voor het economische te verzaken '. . 49

§ 13. Het sociale a la Comte; tweeërlei sociologie. Naast het economische het ethische. Het komt uit bij de beoordeeling van de maatschappelijke toestanden. De invloed van het religieuse . . 52

HOOFDSTUK III. mM

De organisatie van den vierden stand.

§ 14. Organisatie noodzakelijk. De organisatie der arbeiders; haar namen. De organisatie der patroons; haar wezen en doel. Strijdorganisatie? 57

§ 15. De verhouding van patroon en arbeider. De patriarchale verhouding; het Herr-im-Hause-

Sluiten