Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

en kwam niet terug. Hoe klein het hart van den kleinen Asmus ook was — de trouweloosheid van den metselaar deed hem toch pijn.

Eigenlijk evenwel was het slechts vergelding voor eigen trouweloosheid. Ter wille van den metselaar had hij zijn oude liefde smadelijk verlaten. Deze oude liefde was een oude, niet heel sterke kleine weduwe en haar heerlijke blauwgebloemde koffiekan die altijd dampend op tafel stond en van porselein was, zooals haar eigenares. En niet te vergeten een zeer fijne, vredige anijskoekenlucht, die de geheele woning vervulde en waarin we eigenlijk den band der trouw te zoeken hebben die Asmus' hart in den tooverkring der oude vrouw trok met onweerstaanbaar geweld. Toen hij echter de afgebroken betrekkingen weer wilde aanknoopen en heel opgeruimd de deur in kwam, werd hij zeer ongenadig ontvangen. De oude kleine vrouw* was werkelijk jaloersch en gaf hem een geduchten uitbrander, omdat hij er zoo lang niet geweest was. Nu hoefde hij heelemaal niet meer weerom te komen. Asmus stond als door den bliksem getroffen. Maar hij was er de man niet naar om zich maar zoo te laten beleedigen: hij barstte in een verschrikkelijk gebrul uit en riep: «Ik wil weer naar hui-ui-uis — ik wil weer naar hui-ui-uis!» Toen haalde de ontstelde weduwe gauw twee anijskoeken voor den dag en drukte hem er in elke hand één. Asmus vond de satisfactie voldoende; hij beet er in en at de koeken met de tranen die er op vielen.

Met deze buurvrouw die aan den linkerkant woonde flankte een buurvrouw aan de rechterzijde, een groote sterk gespierde

Sluiten