is toegevoegd aan uw favorieten.

Hongerige steenen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

116

DE AAN GOD GEWIJDE.

een neevel-krans van de uchtend scheemer. Zij' liet haar gezang tot God opstijgen en sloeg op haar cymbalen.

Ten slotte trok de dikke neevel op, en de zon nam als een vriendelijke grootvader van het dorp op zijn zeetel plaats, temidden van al het werk dat in huis en op het land zich repte.

Toen ik mij juist aan mijn schrijftafel had neergezet, om den razenden honger van mijn uitgeever te Calcutta te stillen, hoorde ik plotseling gerucht van voetstappen op de trap, en de Gewijde kwam, een liedje neuriëende, binnen, en boog zich voor mij neer. Ik keek van mijn papieren op.

Zij zeide tot mij: „Mijn God, gisteren nam ik als heilig voedsel, wat van Uw maal was oovergebleeven."

Ik was hieroover zeer verbaasd, en vroeg haar, hoe zij dit had kunnen doen.

„O," zeide ze, „ik wachtte toen U 's avonds aan tafel zat, aan Uw deur en nam wat voedsel van Uw schaal, toen het naar buiten werd gedragen. Dit verraste mij, want ieder in het dorp wist dat ik in Europa ben geweest en met Europeanen gegeeten had. Ik was vegetariër, zeer zeeker, maar de heiligheid van mijn kok zou geen onderzoek