is toegevoegd aan uw favorieten.

De nieuwe Loohof

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

91

zijn manschappen alle goede dingen voor den neus wegkaapte, nietwaar?"

„Zulke leugens zijn volstrekt niet noodig. Het is voldoende, dat u luitenant bent geweest, want dat is bij ons soort menschen heden ten dage een schande. Nu zet u groote oogen op! Ja, ja, de tijden zijn veranderd, mijnheer Looman!"

„Doe mij dan die schande maar aan," zei Otto met een bitteren glimlach. „Misschien kun je ook nog zeggen, dat ik de misdaad heb begaan om 500 bunder land te erven."

„Dat zou een beetje kras zijn," zei Frits peinzend. „Van ons land zal ik liever zeggen, dat er bijna niets anders dan heide groeit en dat het geen groote waarde heeft Afgunstig zijn de menschen al uit hun aard. Waarom zou men ze nog afgunstiger maken?"

Otto lachte vroolijk. „Had Duitschland vóór den oorlog maar zulke diplomaten gehad als jij er een bent, Frits!"

Frits grijnslachte met zijn heele gezicht „Wie weet, of ik zoo'n postje nog eens niet machtig word? Ik zou niet de eerste Frits zijn, die het tot iets heeft gebracht Ruim baan voor de bekwamen! Maar eerst zullen we eens dit zaakje netjes samen bedisselen. Ziezoo, nu ga ik weer naar mijn collega's, achterom, begrijpt u, zooals een echt diplomaat Maar nu moet u als 't u blieft later ook niet bij vergissing eens Frits tegen mij zeggen, maar altijd: Mijnheer Haverzaad, en u, als ik verzoeken mag."

„Uw wensch is voor mij een bevel, mijnheer Haverzaad," zei Otto lachend.

Frits verwijderde zich, maar bij de deur keerde hij zich om en zei: „Mijnheer Looman, als ik u nog een goeden raad mag geven, spreek dan als 't u blieft niet op zoo'n manier, alsof het een genade en een barmhartigheid is, dat wij hier bij u mogen werken. Van weldaden en aalmoezen zijn de menschen tegenwoordig niet gediend."

„Kerel, ben ik een pasgeboren kind, dat ik dat niet weet?"

„En dan nog één ding. Toen u mij onlangs afhaalde, hebt u tegen mij een kleine preek gehouden over sociale plichten en zoo al meer. U kunt dat prachtig mooi, en mevrouw uw grootmoeder heeft er nu nog verdriet over, dat u geen