Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

Wat zullen we tot wie zoo spreken, nu zeggen?.

Laat mij voor ditmaal, om te beginnen, zulke menscben nu eens niet lastig vallen met een bijbeltekst, niet met een aanhaling van een stijf-calvinistisch dogmaticus komen aandragen, maar met een passage uit een stuk literatuur van meer modern gehalte dan de ouderwetsch gescholden bijbel.

Ik heb het oog op een dialoog uit het drama van August Strindberg, dat onder den titel Totentanz in Duitsche vertaling verschenen is en de ronde gedaan heeft in alle beschavingscentra van Europa en dat in die vertaling reeds zijn zestienden druk beleefd heeft. ^ In dit drama treft ons het volgende gesprek tusschen zekeren kapitein, een wrange figuur, zelf een „kind der hel",8) eenerzijds, en zijn vriend Kurt anderzijds:

„De Kapitein. Geloof je, dat ik ga sterven?

Kurt. Jij even goed als iedereen. Voor jou wordt geen uitzondering gemaakt.

De Kapitein. Ben je soms bitter?

Kurt. Ja!... Ben je bang voor den dood? — — — —

De Kapitein. Denk eens aan: als het dan eens niet uit was?

Kurt. Meer dan één denkt er zoo over.

De Kapitein. En dan vervolgens?

Kurt. Ik vermoed, altemaal verrassingen.

De Kapitein. Maar men weet niets bepaalds?

Kurt. Neen, dat is het nu juist 1 Daarom moet men op alles voorbereid zijn.

De Ka pitein. Je bent toch niet zoo kinderlijk, te gelooven aan .... de hel?

Kurt. Geloof jij niet daaraan, waar je midden inzit?

De Kapitein. Dat is maar zoo bij manier van spreken!

Kurt. Je hebt de jouwe zóó werkelijk geschilderd, dat elke gedachte aan beeldspraak uitgesloten is, poëtische of andere".

Sluiten