is toegevoegd aan uw favorieten.

De burggraaf van Bragelonne, of Tien jaar later

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

116

het kabinet van Zijne Eminentie gekomen. Zijne Eminentie had geen last van de jicht meer, maar liep ongeduldig de kamer op en neer, luisterend aan deuren en kijkend bij ramen.

Bernouin ging naar binnen, gevolgd door den kamerheer, die van den koning opdracht had den brief persoonlijk I nas Zijne Eminentie ter hand te stellen. Mazarin nam den brief; maar alvorens dien te openen, glimlachte hij een gelegenheids-

glimlachje, een makkelijk middel om zijn. aandoeningen^ vim.

welken aard die ook znn mochten, te maskeeren. Ou die manier

Jaou geen enkele weerspiegeling van den indruk, dien de brief maakte, op zijn gelaat zichtbaar zijn.

„Welnu," zeide hij, toen hij den brief gelezen en herlezen had. „prachtig, monsieur. Zeg den koning, dat ik hem dank voor zijn i opvolgen der wenschen van de koningin-moeder pn dat ik alles zal doen om zijn wil uit te voeren."

De kamerheer ging weg. Nauwelijks was de deur achter hem dichtgevallen, of de kardinaal, die voor Bernoum geen masker bad, nam dat, waarmede hii tijdelijk ziiö gelaat bedekt had.

weg en zeide op zijn sombersten toon:

„Roep M. de Brienne." 1i Vijf minuten later kwam de secretaris. I „Monsieur," zeide Mazarin tegen hem. ..ik heb zoo iuist

sde monarchie een grooten dienst bewezen, den grootsten, die ik haar ooit bewezen heb. Gij moet dezen brief, die het bewijs prvan is, aan Hare Majesteit de koningin-moeder brengen en hem dan, als zij hem gelezen heeft, deponeeren in het karton B., dat vol documenten en stukken is, die betrekking hebben k mijn staat van dienst."

■ Brienne ging en daar die zoo interessante brief geopend was, Bet hij niet na dien onderweg te lezen. Het spreekt van zelf, dat Bernouin, die met iedereen bevriend was, dicht genoeg pij den secretaris kwam, om over diens schouder heen te kunnen lezen. Het nieuws verspreidde zich zóó snel door het kasteel, dat Mazarin een oogenblik bang was, dat het de koningin ker oore zou komen vóór M. de Brienne haar den brief van Bodewijk XIV gegeven had. Een oogenblik later waren alle ■Welen voor het vertrek gegeven en schreef M. de Condé, die den koning bij zijn zoogenaamd opstaan was gaan begroeten, in de aanteekenboekjes de stad Poitiers als volgende rustplaats voor Hunne Majesteiten.