is toegevoegd aan uw favorieten.

De smid van Grijsdorp

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NIEUW ONDERZOEK.

91

Vaderhuis omhoog, waar zij zou uitrusten van moeite en leed. Zij reisde niet alleen; de Heere was haar Leidsman door de Jordaan des doods.

Haar sterven was, zooais dikwerf in dergelijke gevallen, nog onverwachts. Zij was juist des daags vooraf vlug en opgewekt geweest. Niemand in de smederij dacht dat het de laatste dag van haar leven zou zijn, ofschoon zij zelf wist wel, dat zij zeer nabij den dood was.

's Morgens, toen hij uit school kwam, was Kobus, haar broertje, nog bij haar geweest. Hij deed dat gaarne en zat dan gewoonlijk zeer stil bij haar bed, naar haar te luisteren, die meestal wat wist te vertellen dat Kobus gaarne hoorde. Maar dien morgen had hij het woord gehad en levendig verteld van zijn pret in de sneeuw vóór schooltijd, en hoe meester Wielenga „zoo mooi had verteld van de sneeuw in den Bijbel". Van de sneeuw op Hermon en den Libanon, en van Davids gebed: „Wasch mij geheel zoo zal ik witter wezen, dan sneeuw, die versch op 't aardrijk nederviel". Hoe ook der kinderen harten gereinigd moesten worden door Jezus' bloed om eens in den hemel een engelenen heiligenkleed te dragen, als sneeuw zoo wit, en „dat nooit vuil meer zou worden". Dat Jezus op den berg Thabor, toen hij met Elia en Mozes sprak, zulk een kleed droeg en de engelen ook, die bij zijn geopend graf zaten in Jozefs hof.

Mina was ook in de kamer geweest om, zoolang moeder voor het middageten zorgde, bij Anna te zijn. Zij begon al aardig in Anna's plaats een huishoudstertje tot hulp van moeder te worden, maar zij moest nu wel evengoed als Kobus luisteren, toen Anna zeide: