is toegevoegd aan uw favorieten.

Rapport over de opsporing van delfstoffen in Nederlandsch Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SLOTWOORD.

Hiermede acht ik mijn taak geëindigd. Ik bied mijne verontschuldiging aan voor de wijdloopigheid en omvang van dit rappoit. Ik heb echter gemeend de vele, elk voor zich belangrijke vragen, die met de opsporingen van delfstoffen in NederlandschIndië Verband houden, voldoende te moeten behandelen, om zooveel in mijn vermogen lag, dit rapport een afdoend karakter te geven. Reeds te lang wachten deze belangrijke vragen op eene beslissing: zij is urgent in het belang van de geregelde economische ontwikkeling van onze schoone Kolonie, van eene veilige politiek en zelfs voor het aanzien van ons bestuursbeleid. Er moet gestreefd worden naar eene redelijke en tegelijk effectieve behartiging van het fiscale belang en eene door de politieke omstandigheden geëischte contröle van het Gouvernement over den zich in ons koloniaal gebied vestigenden mijnbouw, met name voor zekere bepaalde delfstoffen als steenkool en aardolie, die steeds meer en meer belangrijke factoren worden in de wereldhuishouding. Daarnaast moet echter dé overigens vrije ontvouwing van het particulier initiatief worden aangemoedigd, doordien de actie van het Gouvernement zich weet

te beperken tot het noodzakelijke, binnen vaste — het publiek bekend gegeven

grenzen, waarbuiten • men rekenen kan op de normale uitvoering der mijnwet. Naar beste vermogen heb ik getracht deze soms eenigermate confligeerende belangen samen te brengen en voor elk voldoende vrijheid van actie te verzekeren. Ik heb dit trachten te bereiken door eene wijziging van de mijnwet aan te bevelen, ingevolge waarvan niet slechts bepaalde terreinen kunnen worden gereserveerd, voor opsporingen van gouvernementswege naar alle delfstoffen, doch daarnaast — hetzij voor den geheelen archipel, hetzij voor bepaalde gebieden — ook bepaalde soorten van delfstofafzettingen kunnen gereserveerd worden, met vrijlating van aÜe andere. Welke delfstofafzettingen dan, hetzij om fiscale, dan wel om algemeene politieke beweegredenen te reserveeren zijn, heb ik uitvoerig besproken: allereerst komen hiervoor fossiele brandstoffen in aanmerking, aardolie zoowel als steenkolen. Daarneven adviseerde ik tot het beëindigen van opsporingen van gouvernementswege op ertsaderen.

Ik heb verder eene wijziging aanbevolen in de organisatie van het Mijnwezen, waardoor deze dienst ontlast wordt van de huidige overlading met administratief werk en teruggebracht tot een echten geologisch-mijnbouwkundigen en hydrologischen opsporingsdienst, die aldus met mindere jaarlijksche kosten dan thans in een aanmerkelijk sneller tempo zal kunnen werkzaam zijn aan eene effectieve economisch-geologische ontsluiting van Indië, ten einde aldus naast de behartiging der fiscale en politieke belangen van het Gouvernement, ook krachtig te kunnen medewerken tot den bloei van den mijnbouw in het algemeen in deze kolonie.

Dit laatste — ik wil het ten slotte nog uitspreken — is echter niet alleen te verwezenlijken door het treffen van eene juiste beslissing der in dit advies behandelde . vragen. Ook de Mijnwet, en vooral de hierop gebaseerde Mijn-Ordonnantie ter uitvoering daarvan, moet herzien worden en meer worden aangepast aan de toestanden op de Buitenbezittingen, waarvoor zij op vele punten volkomen ongeschikt is. Het is onvermijdelijk ten deze het starre, alles-willende-regelen Duitsche voogdij-systeem te verlaten, voor het vrijere Engelsche, dat de zorg voor eigenbelangen meer overlaat aan den particulier en alleen waaiborgt, dat, ingeval van strijd, de rechter het noodige materiaal