is toegevoegd aan uw favorieten.

Nagelaten vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

VROUW SCHENK.

had weer zoo'n meuite wat binne te krijge, en ik het haast nijt 'eslaepe van nacht!"

— „Hè," zei Matje, „dat zal voader spijte, hij docht nog al datje goed 'eslaepe had, zei-d-ie."

— „Zoo zei-d-ie dat! nou dan het ie 't glad mis! Ik zou wel es wille weten, waarum ie dat docht!"

Matje zei maar niet, dat haar vader haar gedurig had hooren snurken, want dat zou verkeerd uitkomen.

— „Ik geleuf, dat geen mins op de heele wereld zoo alleenig is as ik. Altijd zit ik 's morgens met me brood alleen! 't is of ik kijnd noch kraai het!"

— „We waren druk met de wasch, moeder," zei Matje verontschuldigend. Ze wist wel, dat, als ze in de kamer zou blijven, terwijl haar moeder ontbeet, ze te hooren zou krijgen: „kijnd! ga toch an je werk! je kijkt me de brokken uit me mond."

— „Waar is je voader?" vroeg vrouw Schenk, net alsof zij dat in 't geheel niet kon begrijpen.

— „Vaoder is in de schuur, moeder. Hij is druk met z'n beesten. Een knijn het 'ejongd en d'r is een geit ziek."

Vrouw Schenk, van huis uit een rijke boeredochter, had indertijd zin gekregen in den knappen knecht van haar vader, en daar zij zich heel lief kon voordoen, en het voor den jongen man een buitenkansje was, zoo gemakkelijk in een goed gedoente te komen, had zij geen moeite gehad hem te krijgen. Maar het was niet meegevallen voor Schenk. Zijn vrouw had een hekel aan de boerderij; toen haar ouders ge-