is toegevoegd aan uw favorieten.

Nagelaten vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET EEUWIGE LICHT.

I09

ratelende donderslag dreunde en knetterde. Verschrikt sprong Laura van haar rijwiel, en voor zij er weer op was, barste plotseling een geweldige plasregen los. Zij had er een hekel aan om doornat te worden, en keek dus gauw rond, of zij niet ergens schuilen kon.

Vlak bij was een klein, heel armoedig huisje. Laura hield er eigenlijk niet van om bij arme menschen te komen, maar er was geen ander huis in de buurt, zij besloot dus maar daarheen te gaan, liep gauw langs de verwaarloosde heg om het kale dorre voortuintje, en stond voor de lage vervelooze deur.

— Lastig toch, schellen kan je bij zulke menschen niet eens! Hoe moet je daar nu inkomen ? Dan de klink maar oplichten? Hè, wat 'n vies, vettouwtje! —

Ratelend viel er weer een donderslag, en Laura voelde haar schouders al kilnat worden —• zij was toch maar blij, dat het huisje er was. Zij deed de deur dus maar open en vroeg, toen zij een oudachtig vrouwtje aan een tafel zag zitten, op minzamen toon!

— „Mag ik hier even schuilen?"

Het vrouwtje schrikte schichtig op, maar zei toch:

— „Kom d'r maar in, juffer!"

Laura haalde haar rijwiel binnen, kwam naderbij en ging bij het vrouwtje aan de tafel zitten.

Grooter contrast was er wel moeilijk denkbaar dan tusschen de twee menschen die nu tegenover elkaar zaten.

„Stille Ka", zooals zij genoemd werd, was een leelijk, schunnig vrouwtje; niet van een leelijkheid,