is toegevoegd aan uw favorieten.

De nieuwe zegelwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

87

of goederen" en omdat in het stuk niet wordt gesproken van „koopmansgoederen", maar van goederen.

De ontvanger te Utrecht b.v. acht een dergelijk stuk onderhevig aan formaatzegel, terwijl de ontvanger te Amsterdam genoegen neemt met een zegel van ƒ0.30, waarmede ook de Nederlandsche Bank tevreden is, zelfs waar het geldt de overeenkomst betreffende het verleenen van voorschot in rekeningcourant op onderpand, bestaande uit effecten of goederen.

Dit is eene opvatting, van de zijde der belastingambtenaren n.1., die wel weer ten nadeele van den fiscus zal blijken te wezen. Indien bedoelde pandakten niet vallen onder art. 34 IK. dan kunnen zij alleen gebracht worden onder art. 23, doch zijn zij dan vrij, indien zij in den vorm van koopmansbrieven worden opgemaakt, ingevolge art. 32 No. 21, dat die brieven vrijstelt. Naar ik vernam, wordt dan ook, gezien het goede hart, dat de Minister den koopmansbrief toedraagt, in den handel gebruik gemaakt van die omstandigheid. Men maakt de akten in briefvorm op en verschillende rechtsconsulenten en belastingambtenaren gaven reeds te kennen, dat zij dan vrij van zegel zijn. Eene belasting op woorden dus. Vooral het woord „hoogachtend" onder den brief schijnt fascineerend te werken. En men zal dan ook niet verzuimen voortaan niet alleen akten van in pandgeving, maar ook in briefvorm opgemaakte rekening-courantvoorwaarden, volmachten, machtigingen enz. zonder zegel te onderteekenen of te laten teekenen. Maar men zal zich dan strikt aan den briefvorm moeten houden, daar de stukken anders allicht vallen onder art. 23 No. 12.

Zooals ik reeds in het begin van dit opstel vermeldde, was aanvankelijk in art. 36 der wet bepaald, dat geen afzonderlijk zegelrecht verschuldigd zou zijn voor aanteekeningen van verandering, vermeerdering of teruggaaf van onderpand, en van verlenging der prolongatie of beleening op behoorlijk gezegelde akten van prolongatie en van beleening. Al vóór het in werking treden van de wet moest dit onpractische voorschrift gewijzigd worden en zijn nu, volgens art. 37, He, vrij de stukken, constateerende verandering, vermeerdering of teruggaaf van onderpand eener prolongatie of beleening. Onwille-