is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van Nederlandsch-Indische rechtspraak en rechtsliteratuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88

Competentie in strafzaken.

burger, die als militair of met militair gelijkgestelde een misdrijf heeft gepleegd, maar als zoodanig reeds was ontslagen toen er een strafvervolging tegen hem werd ingesteld, is beslissend het tijdstip van den aanvang der strafvervolging, naar den algemeenen regel, dat dit tijdstip de beslissing van vraagpunten van formeel recht beheerscht, gelijk het tijdstip van het plegen van een delict voor de beoordeeling van onderwerpen van materieel recht maatgevend is.

HGHof 21 October 1914. T. 103, blz. 364 met naschrift.

9. Overtreding van art. 7 Stb. 1905 n°. 316, het verzuimen om bij aankomst te Singapore den zeebrief door den Consul-Generaal aldaar te doen afteekenen, derhalve in het buitenland gepleegd, valt buiten de kennisneming van den Ned.-Indischen strafrechter.

De strafrechter vermag eerst dan over de al dan niet-ontvankelijkheid van het O. M. te beslissen, indien hij zelf bevoegd is om van de voorgebrachte zaak kennis te nemen. Absoluut onbevoegd zijnde behoort hij zich ambtshalve onbevoegd te verklaren.

,« 18 1NoVe"'ber T' I03. blz.476. De RvJ. had den off. v. j. niet ontv. verklaard met

*! De red. van T. doet opmerken dat bij arrest 28 Md ',3. T. 100. blz. 243 Werd

beslist dat de exceptie van nietigheid van dagv. óók aan die van onbevoegdheid primeert.

10. Een onderzoek naar 's rechters bevoegdheid om een subsidiair feit te berechten, komt eerst dan te pas, wanneer de primaire ten laste legging niet het door het O. M. beoogde gevolg heeft.

HGHof i7 Februari ,9iS.T. 104.blz.279. vernietigend het vonnis van den RvJ.Batavia ,7 October i9i4.T.io3,blz.ss6.

Ó. Waar de Soesoehoenan van Solo zich in overeenstemming met de Indische Regeering ten aanzien van bepaalde categoriön van bloed- en aanverwanten de rechtspraak in strafzaken heeft voorbehouden, kan in deze de bevoegdheid van den Raad van Justitie niet uit art. 31 van het Drukpersreglement worden afgeleid, vermits deze bepaling evenals het geheele regl. op de R.O. waarvan zij een uitbreiding is, slechts gelden kan, indien m het algemeen de bevoegdheid des gouvernementsrechters vaststaat.

HGHof 28 April 1915. T. 104, blz. 557.

12. De rechtsmacht der Inlandsche vorsten in Soerakarta en Djokjakarta strekt zich niet uit buiten de grenzen van hun territoir, zoodat een s,raf baar feit gepleegd door een overigens aan die rechtsmacht onderworpen persoon, op Gouvernementsgebied gepleegd, behoort tot de bevoegdheid des Gouvernementsrechters.

HGHof 22 Juli 1915. T. ioS, blz. 300 (anders RvJ. Semarang).

13. Ten aanzien van de strafrechterlijke verantwoordelijkheid in het ge-