is toegevoegd aan uw favorieten.

De invaliditeitswet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cxvi

Kon. besl. vrije zegels en rentezegels en verkoop daarvan.

datum, waarop hij toelating tot de verzekering verzoekt, niet meer dan een jaar mag zijn verloopen.

Art. 2. Degeen die tot de verzekering, als in artikel 368 der InvaUditeitswet bedoeld, wenscht te worden toegelaten dient een aanvrage bij den Raad van Arbeid in. De Raad van Arbeid onderzoekt de aanvrage zoo spoedig mogelijk en zendt deze, vergezeld van de noodige bewijsstukken en zijn advies aan het bestuur der Rijksverzekeringsbank.

Het bestuur der Bank beslist, na onderzoek, omtrent de toelating tot de verzekering en zendt van die beslissing bericht aan den Raad van Arbeid en aan den aanvrager.

Art. 3. In het geval het bestuur der Rijksverzekeringsbank goedgevonden heeft den aanvrager tot de verzekering toe te laten, maakt de Raad van Arbeid zoo spoedig mogeUjk een rentekaart voor den aanvrager op en reikt hem deze uit.

Art. 4. Op de verzekering, ingevolge artikel 368 der Invaliditeitswet gesloten, zijn de bepalingen der Invaliditeit en die der krachtens de InvaUditeitswet gegeven, 'algemeene maatregelen van bestuur en Koninklijke en Ministerieele besluiten van toepassing.

Koninklijk besluit van den 2\sten November 1919, S. no. 763, tot vaststelling van de modellen der vrije zegels, bedoeld in artikel 341, eerste Ud, der Invaliditeitswet.

Wij WILHELMINA, enz.

Op de voordracht van Onzen Minister van Arbeid van 18 November 1919, no. 5696, afdeeUng Arbeidersverzekering;

Gezien artikel 341, derde Ud, in verband met artikel 230, vierde lid, der Invaliditeitswet;

Hebben goedgevonden en verstaan: te bepalen als volgt:

Eenig artikel. Het model van de vrije zegels is als volgt:

l h

met'dien verstande, dat de kleur van het vrije zegel ter betaling van één achtste van een premie is donkergroen op lichtgroenen ondergrond en de daarop uitgedrukte geldswaarde 25 cent, terwijl de kleur van bet vrije zegel ter betaling van één premie is kobalt blauw op lichtblauwen ondergrond, en de daarop uitgedrukte geldswaarde 2 gulden.

Koninklijk besluit van den 22sten November 1919, S. no. 764, houdende vaststelling van de modeUen der rentezegels en van aanwijzing der plaatsen, waarop de rentezegels ten verkoop voorhanden zullen zijn.

Wij WILHELMINA, enz.

Op de voordracht van Onzen Minister van Arbeid van 19 November 1919, no. 5677, afdeeling Arbeidersverzekering;

Gezien de artikelen 230, vierde Ud, en 231, eerste lid, der Invaliditeitswet; Hebben goedgevonden en verstaan: te bepalen als volgt:

Art. L De modeUen van de rentezegels, als bedoeld in art. 230 der Invaliditeitswet, ten bewijze van de betaling van één premie, worden vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit gevoegde modellen.

*) Afbeelding van het zegel kwam onnoodig toot.