Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

332

Art. 370.

Kostelooze voor. De strekking van deze bepaling Was, zooals van zelf spreekt, totVoon-"** beperkt tot loonarbeiders, zooals ook de verzekeringsplicht alleen verrroTgae aan ^e Personen werd opgelegd. Zitbad ten doel de invoering

invoering. (jer verplichte verzekering te vergemakkelijken. Reeds tijdens de behandeling van het ontwerp in de vergadering van de C. v. V. werd in art. 357 een wijziging aangebracht waardoor het mogelijk werd dit artikel in te voeren vóór dat de verzekeringsplicht ingevoerd zou worden. In verband daarmede werd art. 357a (370) ingevoegd, waarbij ook aan hen, die tusschen heJLiïTL-Werking treden van art. 357 en de inwerkingtreding van den verzekeringsplicht den 70-jarigen leeftijd zouden bereiken, een kostelooze rente werd toegekend.

Bij de behandeling van het ontwerp in de vergadering der C. v. V. deelde de Regeering mede, dat zij met de invoering der wet niet zou talmen, al was het alleen reeds met het oog op art.' 357. Zij voegde daaraan toe, dat de vraag of men dat artikel reeds spoedig na de aanneming van de wet — dus vóór het in werking treden van art. 1 (thans art. 31) — zou kunnen doen in werking treden, ten slotte in hoofdzaak een fmancieele quaestie was. Natuurlijk was voor de daardoor ontstaande meerdere uitgaaf in het ontwerp geen dekking voorzien. Deze toezegging-werd vaag geacht. In de Tweede Kamer heeft de heer Duijs, toen artikel 394 (411) aan de orde kwam, een amendement voorgesteld om bovenbedoeld v artikel 357 reeds zes maanden na den dag der afkondiging der wet in werking te doen treden. De Regeering nam dit over. Zij hoopte daardoor ook de inwerkingtreding der wet in haar geheel te bespoedigen. Hoe anders is de zaak geloopen! In 1913 viel het kabinet, waarvan Minister Talma deel uitmaakte en de daarna optredende Regeering heeft de InvaUditeitswet niet uitgevoerd. Van 1913—1919 ) waren dus alleen de artikelen 369 en 370 (dat als noodzakelijk . Y gevolg van de vervroegde inwerkingtreding van art. 369 ook tegelijk ) met dat artikel in werking treden moest) van kracht. Gedurende die jaren is gemiddeld voor een bedrag van ongeveer 11 miUioen Kegeling niet gulden 's jaars aan kostelooze renten uitgekeerd. En toch heeft evreaigena. ^.^ regej|ng geen bevrediging kunnen vinden. Zij heeft ontevreden^ -heid gekweekt bij de niet-loonarbeidexs. Slechts zij,' die in de 10 jaren aan hun 70sten verjaardag voorafgaande, gedurende 156 weken in loondienst arbeid verricht hadden, konden een kostelooze rente deelachtig worden. Spreekt het nu niet van zelf, dat zooveel mogeUjk personen daarvan trachtten te profiteeren en dat zij het bij de bewijslevering niet al te nauw namen? Daar komt bij dat het onderscheid loondienst en geen loondienst vaak niet gemakkelijk te trekken

Sluiten