is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkboek ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van den Algemeenen Nederl. Bond van Arbeiders(sters) in het bakkers-, chocolade- en suikerbewerking-bedrijf, met aansluitend verslag nopens den toestand en de verrichtingen van den bond 1 Jan. 1916 tot 1 Jan. 1919

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd op denzelfden voet als de eischen in Amsterdam gesteld, overeenstemming met de Patroons verkregen. Ook hier dus ƒ 3.50 a ƒ 4.— loonsverhooging per week.

De arbeidsduur in de oude regeling, die echter schromelijk werd overschreden, was bepaald op 70 uur per week in het middenbedrijf, 67 uur in het grootbedrijf, terwijl voor het kleinbedrijf heelemaal niets was bepaald. In de nieuwe regeling is de arbeidsduur op ten hoogste 66 uur per week vastgesteld, alzoo een positieve arbeidstijdverkorting van 1 uur per week in groot- en 4 uur per week in het middenbedrijf, terwijl ook in kleinere bedrijven geen langere arbeidsduur is toegestaan. Voorts brachten wij eene overeenkomst tusschen het bestuur van de coöperatie „Vooruitgang" en onzen Bond tot stand. De bepalingen dezer overeenkomst steken belangrijk bovendie van het particuliere bakkersbedrijf uit. Het loon voor de bakkers was ten minste ƒ 21.— (na 2 jaar dienst ƒ 22.—) tegen ƒ20.— in de overige bedrijven. Ook met het bestuur van de coöperatie „Voorwaarts" werd een nieuwe loonregeling getroffen. Behoudens een aantal punten, die meer bieden dan in het particulier bedrijf werd verkregen, kwamen de loonen op hetzelfde peil.

In Utrecht werd naast de regeling voor het part. bedrijf een andere overeenkomst tusschen ons en het bestuur van de coöp. „Voorwaart" tot stand gebracht. Dit moest echter ten slotte nog worden gedaan door een door ons aangevraagd scheidsgerecht. Onze eisch was, voor wat de bakkers betreft, ƒ1.— hooger dan de loonregeling voor de stad, voor de bezorgers ging de verhooging nog iets verder. Het Coöp. bestuur bood ƒ 0.50 minder dan onze eisch; voor de bezorgers nog iets minder. Het scheidsgerecht deed de volgende uitspraak:

Tot 30 Maart 1918 zal de loonregeling voorgesteld door de Coöperatie gelden; vanaf dezen datum zou onzen eisch in vervulling gaan.

In de stad Leiden werden naast de overeenkomst voor het partikuliere, bedrijf twee afzonderlijke overeenkomsten afgesloten. De eene, met de Coöperatie „Ons Doel", bracht voor het personeel ƒ 1.— meer loon dan het part. bedrijf had toegestaan, de arbeidsduur 64 uur inplaats 66. De andere, met de coöperatie „Vooruit".

In Schiedam Merd de bestaande -collectieve Overeenkomst, in verband met de getroffen loonregeling met de patroons, voor de Coöperatie „Door Eendracht sterker" verbeterd. De loonen werden voor bakkers en bezorgers op ƒ 20.— per week gebracht — gelijk de bakkersloonen in het part. bedrijf — plus de verhoogingen voor functionarissen. In de helft van 1918 werd een toeslag op deze loonen gelegd van ƒ 2.50 voor gehuwden en ƒ1.— voor ongehuwden. De arbeidsduur was reeds eerder op 60 uur bepaald.

Overige plaatsen. Het zou te ver voeren voor alle andere plaatsen een even beknopt rapport te geven. Genoeg zij thans te vermelden dat in nagenoeg alle afdeelingen van den Bond op een grondslag van 20 procent loonsverhooging, eischen zijn gesteld. Vermits de inwerkingtreding der resultaten nagenoeg overal vanaf 27 October is vastgesteld — overeenkomstig eene deze voor al die plaatsen bepaalde datum van meelprijsverlaging — volstaan wij nu met verwijzing naar het rapport in „De Bode" van October 1918. Daarin zijn opgenomen de resjiltaten voorzoover ze tot aan het einde van het eerste half jaar van 1918 waren binnengekomen, overeenkomstig.de verstrekte cijfers van de afdeelingsbesturen. Volgens bedoelde tabel was bereikt in 34 plaatsen omvattende 794 bedrijven voor: 7117 personen f 17704.70 loonsverhooging per week en voor 697 personen 1232 uren arbeidstijdverkorting per week.

91