Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

474

Berechting van minderjarigen

De wijze van ten uitvoerlegging van de straf Tan

berisping-

zondering, die genoemd is in het eerste lid — maar' ook op die enkele gevallen, waarin eene kantongerechtszaak tot een gerechtelijk vooronderzoek leidt (artikel 144).

De toekenning bij het derde lid aan den wettigen Vertegenwoordiger van den in het eerste lid genoemden minderjarige van beneden zestien jaren van de bevoegdheid om, waar de raadsman suo jure een rechtsmiddel instelde, niét! instelde, introk of a priori daarvan afstand deed, een bezwaarschrift in te dienen, is nieuw. De practijk heeft de wenschehjkheid daarvan doen kennen.

De aard van het geschil, waarin hier te beslissen valt, de noodzakelijkheid om hierbij min of meer paedagogische overwegingen te laten gelden, en het belang eener spoedige behandeling maken het gewenscht de beslissing toe te vertrouwen niet aan het rech^ college, maar aan den president.

Dat onder zekere omstandigheden de beroeps- of intrekkirjgSf, termijn nog met enkele dagen verlengd moet worden, is eene onver mijdelijke consequentie van deze regeling."

Zie voor de zaken, waarvan de kantonrechter kennis neemt, de noot op bladz. 6; ook voor hooger beroep van de vonnissen van den kantonrechter.

De wettige vertegenwoordiger van den minderjarigen verdachte is de vader c.q. de voogd (zie ook aanteekening op artikel 464, noot 2).

Artikel 4S0.

De straf van berisping, indien deze in eene mondelinge vermaning bestaat, wordt ten uitvoer gelegd door den kantonrechter, den voorzitter van het coBege dat de veroordeeling heeft uitgesproken, of, indien dit uit meer dan eene kamer bestaat, door het Bd van het coBege, hetwelk het voorzitterschap bekleedt in de kamer die de veroordeeling heeft uitgesproken.

De tenuitvoerlegging geschiedt in eene niet-openbare terechtzitting zoodra mogelijk na het uitspreken van de veroordeehng.

De genoemde rechterlijke ambtenaren kunnen daarbij de hulp inroepen van de openbare burgerlijke of gewapende macht.

Bij die tenuitvoerlegging kunnen de ouders die niet de ouderlijke macht hebben verloren, of de voogd van den veroordeelde desverlangd tegenwoordig zijn, waartoe zij door den griffier van het coBege of van het kantongerecht schriftelijk worden opgeroepen.

Indien de straf van berisping in eene schriftelijke vermaning bestaat, wordt zij ten uitvoer gelegd door de beteekening vanwege het openbaar ministerie aan den veroordeelde van eene schriftelijke

Sluiten