is toegevoegd aan uw favorieten.

De roman van een student

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZESDE HOOFDSTUK.

In de vestibule van den schouwburg wachtte Walda op mevrouw van Voorden, voor wie hij, met de uitvoering van het Studenten-Tooneel, plaats had besproken.

Door zijn blonde haren blies de tocht, hij streek ze glad, bang voor zijn zorgvuldig getrokken scheiding, en knoopte zijn rok dicht, waar, tusschen de revers op het witte overhemd, het Senaats-insigne schitterde aan het' breede roode lint. &jr««(

Langs hem schoven de bezoekers in on-onderbroken stroom; meisjes en mama's, onherkenbaar gehuld in avondmantels, met luchtige doekjes over de gekapte hoofden.

En zóo was Constance gedoken in den donkeren pels, zoo had zij langs het smal gezicht de zijden sjaal als een nonnenkap getrokken, dat zij hem voorbij was vóór hij haar herkende.

„Conny!" riep hij en zijn stem tusschen't geroezemoes om hem heen klonk luider dan zijn bedoeling was.

Een paar dames zagen om. Hun blikken gingen van den grooten blonden student naar het kleine vrouwtje dat hij riep, en hun hoofden neigden zich fluisterend tot elkaar bij het voortgaan.

„Ik wacht al zoo lang op je," zei hij als tot zijn verontschuldiging, „ik heb hier je plaatsbriefje."

6