is toegevoegd aan uw favorieten.

De roman van een student

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

83

„De freules de Greve zijn er al."

De beide meisjes, die op de eerste rij zaten, stonden op om mevrouw van Voorden te begroeten, en lieten haar plaats nemen op den stoel, dien zij tusschen zich onbezet hadden gelaten.

Constance wendde zich om naar Walda, hij stond als een trouwe vazal met de bloemen en de tasch te wachten.

Al haar bewegingen die zij, op haar plaats vóór in de loge, door honderde oogen bespied wist, waren van een bijzondere gratie, en den jongen man, die zich na volbrachten plicht terugtrok, gaf zij met een handdruk haar liefste lachje.

Zij groette naar kennissen, links en rechts, plooide met behulp van freule de Greve de zijden sjawl om haar bloote schouders, en legde den kostbaren orchideeën-ruiker vóór zich op den loge-rand.

„O hemel," zei ze toen met een gebaartje van schrik, „nu vergeet ik Walda voor zijn bloemen te bedanken."

In het poppig kleine zaaltje van den Delftschen schouwburg, waar in de loges zich de jongemeisjes in hun lichte toiletjes als een bloemguirlande rijden, gonsde het, als in een bosch op zwoelen zomermorgen.

Tot op eenmaal na een korten tik van den dirigent 't „Iö Vivat" werd ingezet, en alle stemmen zwegen als op hoog bevel.

Door de geopende deur der voorste loge kwam het Bestuur der Tooneel-Vereeniging, met den dikken Kolff als praeses voorop, binnen; daarachter de Senaat, met van Hegel, klein en tenger, zijn jongensgezicht verstrikt in den ernst van het oogenblik, en Fred Walda, die zijn emotie bij het plechtig opklinkend studenten-lied verborg achter een effen gelaat.