is toegevoegd aan uw favorieten.

Zoo als het was...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Kom dan van die stoelt beval de burgemeester woedend.

Eensklaps vatte de spreker vuur. Het bloed steeg als een golfslag naar zijn wangen, zijn oogen flikkerden; en hij schreeuwde, het drietal vrank en dreigend aankijkend:

— 'k Zal van die stoel komen as 't mei belieft, moer niet as 't ou belieft, menier den burgemiester. Ge keun mei beletten te spreike; ge 'nhèt gien recht om mei te beletten van op deze stoel te bleive stoanl Doe nou wat da ge wilt, of durft 1

En hij kampeerde zich, met gekruiste armen en uitdagenden blik, terwijl de lijfwacht, slagvaardig, weer naar voren trad.

't Was een benauwend oogenblik. Een golving woelde door de foule en tegenstrijdige kreten stegen op. Men zag Leo zijn mouwen optrekken, als om te vechten en men hoorde de stem van Berzeel, die opruierig krijschte. De burgemeester maakte een trillende beweging met zijn stok, of hij er op los zou slaan en de veldwachter had zijn sabel getrokken. De dwarskijkers drongen verraderlijk op. De lijfwacht, met geknelde vuisten en starre oogen, verroerde niet.

— Bahl C'est de la canaille! C'est de 1'infecte canaille! riep eensklaps, heftig schokschouderend, de burgemeester tot den pastoor. Je ne veux pas m'y salir les mains; allons-nous en, monsieur le curé.

Hij keerde zich om, en strompelend op zijn stokje was hij weg, vergezeld door den pastoor, die groen zag van woede, en door den veldwachter, die met zijn, onnoozel sabeltje den aftocht dekte.

— Azuu doene wei dat op onz'vergoarijngen! riep triomfant de spreker, licht van het stoeltje wippend.

De foule bracht hem een ovatie. Alleen de dwars-