is toegevoegd aan uw favorieten.

Grondbeginselen der algemeene ziektekunde voor studenten en artsen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

102

exo- en endotoxinen.

weefsel een daarvoor gunstige constellatie, een gunstigen kweekbodem vindt en geen stoffen haar beschadigen of haren groei onmogelijk maken. De vraag is onbeantwoord, of een bacterie alléén dan in een tevoren niet beschadigd levend weefsel groeien kan, wanneer zij dit tevoren, zij het ook nog zoo weinig, door gif beschadigd heeft. Hierop schijnt te wijzen, dat infectie alleen optreedt, wanneer een bacterie van zekere virulentie (zie aanstonds) in zeker aantal in het weefsel geraakt.

Microben beschadigen een weefsel voornamelijk of uitsluitend door het öf door een enzym öf door een gif, in beide gevallen dus scheikundig, aan te grijpen. De enzymwerking is slechts een onderstelde mogelijkheid. Het enzym zou de celbestanddeelen rechtstreeks kunnen aangrijpen of eerst beschadigen door giftige stoffen, die het buiten die cellen vormt in bloed of weefselvocht. Microbieele giffen noemt men vaak toxinen, een zeer vaag begrip, dat niets meer zegt dan gif. Vele toxinen zijn antigeen. Men onderscheidt exoof eet o- en endotoxinen. De eerste worden door levende, de laatste door doode bacteriën, die uiteenvallen, afgegeven. De endotoxinen zouden, volgens Fetedberger en Bah, ongiftige bestanddeelen van het bacterielichaam zijn, in giftige veranderd door inwerking van het serum van den gastheer. Wellicht zijn de endotoxinen, althans ten deele, enzymen. Van den tyfus-, den tuberkelbacil en de choleravibrio heeft men endo-, van den diftheriebacil exotoxinen aangetoond: een bacillenvrij filtraat van een bouilloncultuur van diftheriebacillen bevat een gif of giffen, waarmede men alle bij diftherie gevonden weefselveranderingen, ontsteking en necrobiose, kan verwekken (Roux en Yersin e. a.). Ook van den tetanusbacil en den bac. botulinus, van stafylococcen e. a. heeft men exotoxinen aangetoond. Intusschen schijnt de mogelijkheid niet uitgesloten, dat er in een bouilloncultuur ook endotoxinen zijn, daar in een kweek soms reeds spoedig doode bacteries zijn. Spreken wij nl. van een bacterieel gif, dan weten wij niet, of het één stof of een mengsel van giffen is. In elk geval kan het zoowel flogo- als pyrogeen zijn, d. i. zoowel ontsteking als koorts verwekken, die echter geen gelijken tred behoeven te houden, gelijk b.v. bij sep-