is toegevoegd aan uw favorieten.

Indische spoorweg-politiek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

108

door deze heeren uitgebrachte advies te bespreken is het noodig te vermelden, dat in 185!) bij een reis van den Gouverneur-Generaal Pahud naar Midden-Java 54 landhuurders in de Vorstenlanden dd. 22 Augustus een verzoekschrift aan Zijne Excellentie aanboden (bijlage XXV) en dat ddo. 8 September de handel te Semarang een soortgelijk verzoek deed (bijlage XXVI). ;

Op deze adressen werd geantwoord, dat de Indische Begeering een groot voorstander was van den aanleg van spoorwegen op Java en dat nogmaals een krachtige poging in het moederland gedaan zou worden om de bedoeling van rekwestranten te ondersteunen etn te doen bereiken.

De heeren van der Kun en Storm Buysing dienden hunne memorie den 7en Januari 1860 in; hun conclusie kwam op het volgende neer:

„dat de onderneming van spoorwegen op Java voor particuliere „maatschappijen onmogelijk is, zonder zeer krachtige medewerking van „den Staat, daar de bedoeling is goedkoop vervoer, en dus geen „hoog tarief kan worden toegelaten, zonder het doel te missen, terwijl „het voordeel van het personenvervoer te verwachten, op Java uiterst „gering zal zijn, uit hoofde van de weinige (Europesche) bevolking van „het eiland;

„dat de gevraagde rentegarantie een groote bezwaar op den Staat „zou leggen, zonder evenredig voordeel;

„dat rentegarantie voor den Staat al de nadeelen van de Staatsspoorwegen heeft en de voordeelen doet missen, die men dan noodeloos uit „handen geeft;

„dat de aanleg en de exploitatie van spoorwegen op Java voor Staatsrekening behoort plaats te hebben;

„dat zoo men dit niet wil, het dan raadzaam is den aanleg van den

De heer H. J. Lion schrijft op bl. 66 van zijn brochure: Hoe Indië geregeerd 'wordt: „Ik moet de vraag opperen welke kwaliteit de genoemde ambtenaren „(Van der Kun en Storm Buysing) bezitten, om over de mogelijkheid, de „wijze en het nut van den aanleg van spoorwegen in Nederlandsch-Indië een kompeten* „advies te kunnen uitbrengen?

„Geene andere, dan dat zij ingenieurs van den waterstaat zijn in „N ederland.

„Maar dan meen ik toch te mogen beweren, dat de ingenieurs voor de openbare „werken in Indië een meer kompetent oordeel kunnen uitbrengen, vooral zij, die „gelijk de directeur, de heer Uhlenbeck, de kapitein der Genie Maarschalk „en anderen meer, van den aanleg van spoorwegen op Java een veeljarige en naauw„gezette studie gemaakt, : uitvoerige opnamen gedaan, begrootingen gemaakt en breedvoerige en llchtverspreidende rapporten over dat ontwerp hébben uitgebragt. >rfH

„Waarom beroept ;de Minister zich niet op die rapporten? Waarom «heeft hij meer „dan t»wee jaren laten verloopen, alvorens in Nederland advies te vragen en een „besluit te nemen? Is het omdat de adviezen der ingenieurs in Indië allen „gunstig luiden voor den aanleg van spoorwegen aldaar, en daarentegen de adviezen „der Nederlandsche ingenieurs (die spoorwegen in Nederland verlangen, al moet „Indië voor vele jaren gehypothekeerd worden) ongunstig luiden?

„Ik zal op die wijze, :Indië te regeeren, later terug komen, hier alleen vragende, „op welke gronden steunen de adviezen, der Nederiandsche ingenieurs? Enz.".