is toegevoegd aan uw favorieten.

Wet op de oorlogswinstbelasting 1916

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90

Artt. 54—56.

stel is verleend, dan wordt de termijn, binnen welken de aanslag tot navordering kan worden opgelegd, van rechtswege met den tijd van het uitstel verlengd.

1. Bij de navordering wordt van de genoemde wet (a) op ver-schillende punten afgeweken. Vooreerst is de termijn op drie jaren gesteld (art. 54), wijl de heffing over den eersten termijn zoo laat zal aanvangen. Ten tweede wordt de belasting bij navordering verdubbeld (art. 57). Ook wordt een aanslag tot navordering die onherroepelijk vaststaat, in de Staatscourant openbaar gemaakt (art. 61). Af. v. T. ad artt. 38—64.

(a) D.i. de wet op de inkomstenbelasting.

2. Behoudens den langeren termijn, komt dit artikel overeen met art. 82, al. 1 en 2, W. I.

3. Uit de toelichting in zake inkomstenbelasting blijkt, dat niet moet worden nagevorderd op grond eener bloote verandering van meening of tot herstel van een ambtelijk verzuim, dus zonder dat er een nieuw, feit is.

4. Het feit, in dit artikel bedoeld, kan o.a. bestaan in ingeleverde successie-memoriën, hoogere vermogensaangiften, geregistreerde akten, nader ingekomen loon-opgaven in zake inkomstenbe-

' lasting, enz.

5. Door de algemeene redactie is het onverschillig, door welk feit het vermoeden ontstaat.

6. Een bijzonder geval van navordering, waarop de genoemde termijn niet toepasselijk is, bevat art. 90.

Artikel 55.

De vaststelling der aanslagen tot navordering van belasting is opgedragen aan den inspecteur in wiens dienstkring de oorspronkelijke aanslag is opgelegd of vermoedelijk een aanslag had moeten zijn opgelegd (1).

I. Dit artikel komt overeen met art. 83 W. I. Artikel 56.

Voor iedere navordering wordt de machtiging van een door Ons aan te wijzen hoofdambtenaar vereischt (1—3).