is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederlandsche liederen en balladen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

107

Hij 't zwaluwpaar in *t warme nest; Maar jonge Winfried zag haar lokken

De sluijer heffen van een borst Waarmee het blank der meerschuimvlokken

Niet om den eerprijs dingen dorst.

„Zie hoe schoon Blinkt de kroon,

Die uw hair dra omspant, Zoo ge 't land

Snel ontvlugt aan mijn hand;

En ik bie

Meer dan die

In mijn weergaloos rijk; Kom en prijk

Er den vorsten gelijk I"

De wachter blies; de tonen drongen

Heel 't landschap door: een schip in 't oost 1 En 't krijgsvolk, geeuwende opgesprongen,

Scheen om den tol de wacht getroost: Maar jonge Winfried zag de toortse

Pas flikkren van den torentop, Of, overheerd door minnekoortse,

Gaf hij zich aan de golven op.

„Hier de lust Niet gebluscht;