Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REUJfiVANCIKK

168

UÉFRHUK

«üer,-lèi-e,redi)3-»i/é,j/«-rjn J. cijngplichtige. redevenir, r(e)decni-r, i. (met être) weer worden.

redevoir, redevüa-r, t. nog schuldig zijn. rédhijuition, réuibisyö, f. vernietiging van

'n koop. Hrédhibiloire, rédibilüa-r, adj.

koopvernietigend; (lig.) onoverkomelijk, rédiuer, jèdijé, t. opatellen, inkleeden;

reüigeeren.

rédiuier, rédimé, t. vrijkoopen, ('n verplichting) af koopen.

redingote,i-(e)aê-«öt,f.gekleede jas,lange jas.

redire, r(e)di-r, t. hernalen, o verzeggen; —, /. (— a) aanmerkingen maken (op); llrediseur, -euse, r(e)dizas-r, ö-z, m. f.

1. herhaler, naprater, -praatster; 2. aanbrenger, -ster. Ilreuite, r(e)dii,i. noodelooze herhaling.

redondanee, r(e)dö-da-s, t. overtolligheid, noodelooze woordenrijkheid. Hredondant(e), r(e)aö-dö,(-t), adj. overtollig, pleonastisch. ||redonder,r(e)dd'ae, i. overtollig zijn.

redonner, r(e)ddiit,t. hergeven, teruggeven; —, /. weer aanvallen.

redorer, r(e)döié, t. nieuw vergulden; — soa blason, (v. edellieden) met 'n rijke erfdochter trouwen.

ï-edoublé(e), r(e)dublé, adj. 1. herhaald, verdubbeld, versterkt; pas —, versnelde pas; 2. terugkeerend (v. rijmen). Ilredoublement, r(e)dublemd, m. 1. verdubbeling, herhaling, versterking; 2. verergering;

3. reduplicatie (bij Grieksche werkwn.). Ilredoubler, r(e)dublé, t. 1. verdubbelen, versterken, verhaasten; —uae classe, voor 't 2e jaar in 'n klas zitten; 2. 'n nieuwe voering inzetten; —, /. 1. verergeren, toenemen, sterker worden; 2. — de, verdubbelen.

redoul, r(e)dul, m. looiersstruik.

redoutable, r(e)duta(-)bl, adj. (— a) geducht, verschrikkelijk (voor).

redoute, r(e)dut, f. 1. klein fort, redoute, veldschans; 2. (gemaskerd) bal.

redouter, r(e)<ttt(é,t.duchten,bang zijn voor.

rédowa, rédóva, f. redowa (dans).

redressable, redrèsa(-)bl, adj. herstelbaar, ijredresseme-nt, redrèsma, m. 1. herstel;

2. 't weer recht, weer ln orde maken. ||redresser, redrésé, t. 1. herstellen, terechtbrengen ; goed maken; 2. weer rechtbuigen, weer oprichten, weer in orde brengen; se —,1. zich weer oprichten; 2. zich herstellen. Hredresseur, -euse, redrèsce-r, ö-z,ra.i.

réducteur, -trice, rtdüklce-r, tris, adj. reduceerend.verminderend; zie rëdulre. ||réductibilité, rédükribiliié, f. reduceerbaarheid, herleidbaarheid. Uréductihle, rédiikti(-)H, adj. te reduceeren, te herleiden, enz., zie réduire. Hréductil, -Ive, rédüktii, i-v, adj. = réducteur. Hréduction, rédiiksyö, f. 1. vermindering, afslag; reductie, verkleining; 2. zetting (van 'n lid e. d.); arrangement (voor piano); 3. herleiding;

4. bedwinging; 5. reductie (onttrekking v. zuurstof). Ilréduire, rédüi-r, t. 1. verminderen, verkleinen; se — i, uitloopen op; zioh bepalen tot; zioh laten herleiden tot; 2. herleiden, terugbrengen; — i sa plus simpte expression, tot z'n eenvoudigste gedaante herleiden; — ea, omzetten ln, vermalen tot; 3. (tot gehoorzaamheid) brengen, (be)dwingen, nopen (tot); — au

sileace, den mond snoeren; 4.drijven(tot); 5. (chir.) ('n lid) zetten; (mus.) arrangeeren, zetten voor 'n ander instr.; 6. reduceeren (zuurstof onttrekken); — Pecter, kool onttrekken aan 't staal; — ua mineral, 'tmetaal uit erts afscheiden; 7. ('n vloeistof) concentreeren. ||reduit(e), rédiU(0,adj. verminderd; — ,s.m.l. optrekje, klein verblijf, hokje; 2. verborgen schans.

réduplicaiif, -ive, i édüplikatif, i-v, adj. verdubbelend, reduplicatie!, lireduplication, réa&plik&'syö, f. verdubbeling (v. 'n letter e. d.).

réduve, réaü-v, m. reduvius, roofwants.

réédification, rééditika'syö, f. wederoprichting. Ilréèilifier, rê'e'di/yé.t.weder oprichten.

rééditer, rétdiié, t. weer uitgeven; ('n praatje, 'n bericht) weer opwarmen. Hrééditiou, réédisyö, f. nieuwe uitgave.

réel(le), riil, adj. 1. werkelijk, wezenlijk, reëel; 2. (jur.) zakelijk.

réélection, réélèksyö, f. herkiezing. Hréeligihilité, réélyibilüé, f. en reeligible, iééliji(-)bl,a,dj. herkiesbaar(heid). Ilréélire, rééli-r, t. herkiezen.

rèellement, réilmtl, adv. werkelijk, wezenlijk. ,

rëeniballcr, rè&-balé, t. weer in de doos stoppen.

réemption, riiVpsyö.t. (recht v.) terugkoop, réer, réé = relre,

réescompte, réèskö-t, m., réescompter, rééskö'té, t. herdisconteering, -en.

ï'éexpédier, rté(k)spédyé, t.weer verzenden; verder zenden, doorzenden. Hréexpéditlon, réi(k)spédisyö, f. reëxpeditie.

rcexportatlon, réè(k)spórta'syö, f. weder-

\ uitvoer. Hreexporter, réi(k)sporté, t. weer uitvoeren.

réfaction, ritaksyö, f. 1. korting (op prijs of rechten van koopwaren die door transport geleden hebben of niet v. d. verelschte qualiteit zijn), rafactioneering; 2. herstelling, vernieuwing. Hrélactionnèr, réfaksyóné,t. rafaotioneeren. ||refaire, r(e)fè-r, t.

1. overdoen, overmaken; 2. herstellen, in orde brengen; se —, weer op krachten komen; z'n verlies herwinnen; 3. beetnemen, bedotten, ürelait, r(e)fè, m. 1. partij of zet die overgespeeld moet worden;

2. nieuw gewei. Hrelalte, rejèt, f. (arg.) maal, wat te bikken. Ilréfection, réjèksyö, f. 1. herstelling, vernieuwing; herstel van krachten; 2. verkwikking, rust; 3. maaltijd (in 'n klooster). Hréfeclionncr, réfiksyöné, t. herstellen, vernieuwen; —, /. eten. Hrefectoire, itfèklüd-r, ra. eetzaal (in klooster, kostschool e. d.).

reiend, (r(e)/a, m. mur de —, binnenmuur; bols de —, overlangs gezaagd hout. ||relendre, r(e)fa-dr, t. 1. in de lengte doorzagen, klooven; 2.weer klooven (la refente larfö-t).

référé, référé, ra. beroep op 'n rechter die voorloopig beslist, kort geding. Hrétcreiice, rêtérll-s, f. verwijzing (naar), melding (van) -, ouvrages de —, verzamelwerken, boeken die men raadpleegt; pl. referentiën, getuigschriften, getuigen. Ilréférendaire, référd-dè-r.ra. soort referendaris; zegelbewaarder; coaseiller —, lid v. d. rekenkamer. Ilreferendum. référS'dóm. ra. id., volksstemming (over wetten). Ilrcféver, lélé'ié.

Sluiten