is toegevoegd aan uw favorieten.

Verslag van de commissie ter voorbereiding van eene regeling van den rechtstoestand der Indische ambtenaren, ingesteld bij gouvernements besluit van 13 Juli 1920 no. 69

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

]\TOTA VAN MR. DR. J. B. PEYMT.

Ik maak gaarne gebruik van de aan de leden der Commissie gegeven bevoegdheid om aan Uwe Excellentie te doen blijken van mijn van het gevoelen der meerderheid afwijkende zienswijze en van de gronden, waarop deze berust.

1. De Commissie heeft het niet gewenscht geacht om bepalingen op te nemen, die de mogelijkheid zouden openen om zoogenaamde „Karenzdagen" in te voeren. Wanneer die dagen bestaan, dan kan ingeval van ziekte gedurende enkele dagen geen — of minder dan de gewone — belooning worden uitgekeerd.

Het komt mij voor, dat de mogelijkheid om dit middel toe te passen ten einde simulatie tegen te gaan, niet kan worden gemist en met aandrang meen ik dan ook Uwer Excellentie in overweging te moeten geven om het ontwerp in dien zin te doen aanvullen, dat de mogelijkheid om karenzdagen in te voeren, zal bestaan.

Erkend wordt, dat het niet van hardheid is vrij te pleiten, indien aan iemand, die werkelijk ziek is, gedurende enkele dagen niet zijn volle loon wordt uitbetaald. Juist in geval van ziekte is veelal meer benoodigd dan anders. Eveneens wordt erkend, dat de mogelijkheid bestaat, dat personen aan het werk blijven langer dan soms gewenscht is, indien zij weten, dat zij door wegens ziekte te verzuimen, een deel van hun inkomsten zullen missen. Deze bezwaren behooren er evenwel niet toe te leiden, dat de Regeering bij voorbaat afstand doet van de mogelijkheid van toepassing van het middel, hetwelk in de practijk heeft bewezen het simuleeren en aggraveeren van ziekte afdoende te kunnen tegengaan.

Niet duidelijk genoeg toch kan worden herhaald, dat het er geenszins om te doen is om voor ambtenaren karenzdagen in te voeren, maar dat bedoeld wordt de mogelijkheid tot het invoeren daarvan te scheppen. De bedoeling zit daarbij voor om te beginnen met eene regeling zonder karenzdagen en tot invoering daarvan alleen over tegaan, indien de ervaring mocht hebben aangetoond, dat met minder strenge middelen simulatie en aggravatie niet voldoende zijn tegen te gaan.

In het Moederland is meer dan eens gebleken, dat simulatie inderdaad voorkwam. Dienaangaande kan worden medegedeeld, dat het lid van de Eerste Kamer Polak op 23 Januari jl. bij het inzenden van eenige vragen aan den Minister van Waterstaat op den voorgrond stelde, dat geneeskundige controle tot het voorkomen van simulatie noodig en goed was. (Handelingen 1921/22 I. Aanhangsel blz. 65 en 71).

Aan

Zijne Excellentie den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië, te Buitenzorg.

Verslag.

24