Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

Ze deed flink de deur open en trad binnen: „Dag pa, ma." Zij bleef maar staren van den een naar den ander, totdat zij de spanning niet langer kon verdragen en vroeg: „Waarom zegt u geen van allen iets en ziet u allen zoo droevig." Niemand antwoordde... „Mijn God... spreek dan toch een van allen!... Is er iemand overleden?... Wat is er gebeurd?"

Richard draaide zich nu om, leunde tegen de vensterbank en zag haar weemoedig aan; het viel haar op, hoe krijt-wit hij er uit zag; zijn oogen echter waren rustig als altijd, en kalm sprak hij: „Vie, je bent wel een van de jong sten, maar toch hoor je onder de grooten en moet je, evenals Cecile, hooren, wat je noodig hebt te weten; hoe droevig het ook voor je zal zijn en hoe pijnlijk het je moge aandoen... maar ik hoop, dat je moedig zult wezen, Vie... Veel woorden behoef ik niet te gebruiken; in drie kan ik alles uitdrukken, wat ik je zeggen moet: „Wij zijn arm."...

En hij greep de hand van het eensklaps wankelende meisje en leidde haar naar de sofa... hield stevig haar hand in de zijne... «Zus, hou je dapper... Vie... al je moed bij elkaar houden!"

Geheel haar rijzige gestalte sidderde... Naar papa en mama ging haar blik... „Zijn we failliet?... God hoe erg!" • •. Geen antwoord.». Eindelijk sprak Richard met gesmoorde stem:

„Neen niet failliet, maar het geld van vader is weg en dat van moeder op een weinigje na."

Weer viel de doodsche stilte over het vertrek...

Sluiten