is toegevoegd aan uw favorieten.

Liefdeleven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

LIEFDELEVEN.

komstgroet heeft moeten inslikken, omdat jij d'r geen gelegenheid gaf 'en woord uit te spreken."

„Heb ik weer alles verkeerd gedaan?''

„Dat zeg ik niet; maar..."

Ze liet hem niet voleinden.

„Pas 'en uur ben ik hier en al dadelik heb je aanmerkingen op m'n gedrag! Wanneer zal ik 'et je toch eindelik eens naar de zin kunnen maken?"

„Maar, wijfje-lief, overdrijf nou niet. Spreek niet van aanmerkingen, omdat ik ..."

„Maak ze dan ook niet!"

Andermaal was ze hem in de rede gevallen en haar toon werd heftiger en heftiger.

„'tls net als op reis. Nooit geef je toe, dat je aanmerkingen op me hebt en toch maak je ze voortdurend! Ja, voortdurend! Je zoekt er na! Soms denk je aan niets anders... ja, zeker; dat zie ik aan je gezicht... dan denk je aan niets anders dan aan de vitterijen, waarmee je me zult kunnen plagen!''

Tans was 't Ghristaan, die, terwijl ze nog doorsprak, inviel:

„Mina, wat ik je bidden mag, nou geen onzin. Dat toeschrijven van bedoelingen, die nooit in me zijn opgekomen ... je weet, dat ik 'et niet hebben kan. Iemand ... wie ook ... te willen plagen ... mijn God, ik denk er niet aan... nooit. En dat zou ik nou jou doen ... jou, die ... ?"

„O! Is 't weer onzin, wat ik zeg? Wie jou hoort, moet wel denken, dat ik... dat ik 'en halve idioot ben!"