is toegevoegd aan uw favorieten.

De jonker van de Stins

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

91

gaat best; de Jonker is intelligent genoeg en al vinden de freuletjes het ook veel prettiger en gemakkelijker om niets te doen, ze zijn toch niet onwülig en, als ze er eenmaal in zijn, dan interesseert de leerstof ze ook wel."

„Dus, dat is het niet. Wat dan? Het buitenwonen?"

„Nu ja, dat valt mij vreemd... maar... ik hoop dat het zal wennen. Het is nu de ergste tijd. De tuin is mij nog te vreemd om er belang in te stellen, 't Is zoo iets als het kennis maken met heel oude menschen, als men ze niet jong of in hun fleur gekend heeft, dan kan men zich niet voorstellen hoe ze geweest zhn in hun bloei...

Dr. Meulinger glimlacht, terwhl hij zegt: „Gelukkig heeft alles in de Natuur meer dan één bloeitijd... ik ben er zeker van dat u van alle boomen, heesters en planten, zult gaan houden, als ze, over enkele maanden, weer hun tooverkleed van blaren en bloemen hebben aangetrokken. Ik ben een buitenman en weet dat zoo bij ondervinding. Ook Mevrouw van Heerema zal 't ten goede komen, naar ik hoop."

Beiden zwijgen een poos, dan herneemt de dokter: „U heeft mij nog uw moeiehjkheden niet verteld."

Johanna kijkt hem even aan en denkt: „Als u er is, vind ik het niet moeielijk."

Er is geen spoor van hofmakerij in zijn optreden en toch is ze gelukkig in zijn nabijheid. Zoo'n rust komt over haar, zoo'n gevoel van: „Het is goed, mocht het maar zoo bhjven."

Als ze niet antwoordt, vraagt luj: „Hoe kunt u het met Mevrouw van Heerema vinden? Zn is één