Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

324

Intusschen kwam een kleine K.M. voorbij den bovengenoemden gabbro eene aardstorting in een verweerd aplietisch ganggesteente (483) voor, dat afwisselde met zöïsietamfiboliet. Het ganggesteente was melkwittroebel, eenigszins dunbankig (plaatdikte 1/z—2 c.M.), en door ijzeroxyde bruin-gekleurd op de breukvlakken.

Zoo stegen wij geleidelijk tot 843 M., om daarna, ombuigend naar Z.W., af te dalen naar de S. Mawooi, waarbij wij herhaaldelijk kleine bergbeekjes kruisten. Ik meende in den apliet, die scherpkantigparallelopipedisch gebroken was, een banking te kunnen opmerken met R = N.O. en H = Z.O.; dit was evenwel verre van duidelijk. De vaste rots zag er zeer verkiezeld uit.

Even voor de S. Mawooi wezen losse stukken blauwachtiggrauwen en fijnkorreligen amfiboliet (484a), op dezelfde wijze brekend als de apliet, en groenachtigwit-en-grauwe amfiboliet (484) op de samenstelling van den verweerden rotsbodem, en toen stonden wij (9.15 u. vm.) bij dien wild-bruisenden, niet-grooten bergstroom met troebelgrijs water (t = i8°C.) op een hoogte van 820 M. Daar de overgang bij Tandoeng 275 meter lager ligt (blz. 319), is het verval over 7.2 K.M. van het Mawooi-Masoepoe-bed toegenomen tot 3.82 °l.

Reeds de kleur van het water en enkele blokken graniet, al dan niet met porfierische veldspaat, in het Mawooi-bed wezen op een andere samenstelling van het gebergte in het W. en het Z.

Op het punt van doorwading was de S. Mawooi nog ingesneden in de kwarts-dooraderde amfiboliet-rots, die een banking vertoonde met R = N.3o0O. en H = Z.O. Naast reuzenblokken van deze rots kwamen in rolstukken voor: amfiboliet (485); en voorts: verkiezelde, witte, ietwat in de weinige biotiet drukgelaagde graniet (486); drukgelaagde graniet met veel donkere bestanddeelen (487); grijsgrauwe amfiboolgneis (488); graniet met weinig donkere bestanddeelen (489); en vaalkleurige dungelaagde dichte gneis (490).

Tegen de linker oeverhelling der S. Mawooi opklimmend, zagen wij evenwel onmiddellijk, dat de verkiezelde gesteenten van de S. Masoepoe stroomop der Kemirie-hoogvlakte achter ons waren gebleven, en dat wij in het gebied van de tweede soort rolsteenen waren gekomen. De S. Mawooi vormt dus de grens tusschen beide rots.soorten. Langs haren linker oeverbergwand hadden wij tot de waterscheiding toe te klimmen. De geheel verweerde, met hooge alang3 begroeide bodem bij het begin van den klim ging reeds bij het arme

Sluiten