is toegevoegd aan uw favorieten.

De huurcommissiewet en de huuropzeggingswet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikelen 6 en 7 Huurcommissiewet.

85

zoek van een huurcommissie om vernietiging van een beschikking van den kantonrechter niet ontvankelijk. Arrest Hoogen Raad 28 Maart 1918, Ned. Jur.pr. blz. 551.

10. De Huurcommissiewet houdt geen bepalingen in, waarbij b«««pJ^ aan den kantonrechter als hoogeren rechter verboden wordt om tonrechter, te oordeelen over punten, die bij de huurcommissie niet zijn aangevoerd. Kantonrechter Roermond 26 Januari 1918 {Ned. Jur.pr. 1918, blz. 552).

Artikel 7.

Na het verstrijken van zes maanden, nadat omtrent den huurprijs van eene wonhig bij einduitspraak is beslist, kan eene nieuwe uitspraak der huurcommissie omtrent die woning worden verzocht.

1. Over dit artikel is niet van gedachten gewisseld. Het werd Doei van het

. . artikel.

noodzakelijk geacht, omdat de omstandigheden zich zoozeer kunnen wijzigen, dat afwijking van de eenmaal gegeven uitspraak billijk wordt o.a. door verdere buitengewone stijging van den prijs van bouwmaterialen.

2. Een tweede beroep op den kantonrechter tegen de uitspraak TwMd«^ der huurcommissie, hoewel binnen 14 dagen na de dagteekening uitgesloten, der mededeeling, is niet-ontvankelijk. Krachtens art. 7 kan de verhuurder tegen de einduitspraak na het verstrijken van 6 maanden opkomen door een nieuwe uitspraak van de huurcommissie omtrent

den huurprijs te vragen. Beslissing kantonrechter Zaandam 15 December 1917, W. v. h. R. 10189.

3. Een verhuurder vroeg binnen een maand na de instelling Goedkeuring

° ... . van twee

van de huurcommissie goedkeuring van huurpnjsverhooging van huur-

. . • j • it • 1 m « verhouglngeti

een vóór 1 Januari 1916 verhuurde woning, die op 1 Januari iwio voor één verhuurd was voor ƒ 1,— per week, welke huur 10 December 1916 tegeiukertijd. was gebracht op ƒ 1,10. Op den dag van dat verzoek vroeg de verhuurder goedkeuring om den huurprijs van diezelfde woning met 1 November 1917 te verhoogen van ƒ 1,10 op ƒ 1,25. De huurcommissie vroeg, of op beide verzoeken tegelijk kan worden beslist of dat op het 2e verzoek eerst zes .maanden na afdoening van het eerste beslist mocht worden.

De Min. v. B. Z. antwoordde, cf gevoelen Min. v. Just., dd. 15 Maart 1918 Afd. V. A. no. 3178:

De bedoeling van art. 7 der wet is geene andere dan om slechts eenmaal in de zes maanden verandering van den huurprijs te kunnen verkrijgen. Vermits nu de huurprijs, waarvan de verhuurder thans wenscht af te wijken, reeds gegolden heeft van 10 December