is toegevoegd aan uw favorieten.

De huurcommissiewet en de huuropzeggingswet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 1 Huuropzeggingswet.

107

rechters aan de opzegging ab initio elke werking zal ontzeggen, haar ongedaan maken.

9. Een getrouwde vrouw kan een verzoekschrift indienen zonder opzegging bijstand van haar man. Art. 1 is niet van toepassing, indien de huurder, huurder de huur zijner woning zelf heeft opgezegd. Kantonrechter Rotterdam 1 Juni 1918, W. v. h. R. 10267.

10. Tweede lid. De termijn van een week, die blijkens het V. V. Binnen een te kort werd geacht, is gehandhaafd in het belang van de rechts- het' verzoek zekerheid. „Het is een rechtmatig belang des verhuurders, zoo ingediend, spoedig mogelijk te kunnen weten, of hij nu vrij en gerust omtrent

de woning met een ander zal kunnen contracteeren of niet." Mem. v. Antw., 2e Kamer.

Verschillende termijnen naar gelang van den huurtijd zouden weinig zin hebben, daar de termijn niet aan het eind van den huurtijd voorafgaat, zooals in art. 2, lid 2, doch aanvangt bij eene bepaalde rechtshandeling der tegenpartij.- (Mem. van Antw., 2e Kamer).

„Binnen een week na". Een tijdperk van zeven dagen. De dag >.e*»» week." van opzegging telt niet mede; zon -en feestdagen wel, aangezien zij niet zijn uitgezonderd.

Als het verzoek maar binnen een week is verzonden, is aan de wet Voldaan. Het verzoek „geschiedt". Er is een kleine ruimte voor de strenge redeneering, dat het verzoek ook de huurcommissie moet hebben bereikt binnen een week, maar het schijnt juister aan te nemen, dat het verzoek binnen eene week moet zijn verzonden. Belanghebbenden zullen intusschen voorzichtig doen, indien zij niet tot het laatste oogenbük wachten, omdat per slot huurcommissie en kantonrechter vrij zijn, de bepaling ook streng toe te passen.

11. Voor de tweede zinsnede van het tweede lid is opzettelijk eene andere redactie gekozen dan voor de tweede zinsnede van art. 2, lid 2, omdat de gevallen verschillen. Hier wordt de opzegging krachteloos verklaard, m.a.w. tijdelijk heeft het verzoek, dat immers strekt tot nietigverklaring der opzegging, hetzelfde gevolg als de inwilliging ervan zal geven; in art. 2 wordt hetzelfde resultaat bereikt juist door de andere woorden, vermits het verzoek strekt tot het tot stand komen van eene huurovereenkomst, zoodat de daar . bestaande overeenkomst moet blijven voortduren. Dit laatste is ook wel bij art. 1 het geval, doch niet onmiddellijk slechts als gevolg van het krachteloos zijn der opzegging. {Mem. van Antw., 2e Kamer.)

12. Indien het verzoek tijdig ingediend, maakt het de opzegging krachteloos totdat omtrent het verzoek bij einduitspraak is beslist.