is toegevoegd aan uw favorieten.

De kostwinnersvergoeding in den mobilisatietijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80

VERHOOGING EN VERLAGING.

Onderzoek na verhuizing:.

Bezwaarschriftentegen beslissing Burgemeester.

Vergoedingscommissies.

Adresseering bezwaarschriften.

Inzending bezwaarschriften.

Onderzoek door

vergoedingscommissie.

meester periodiek een onderzoek er naar instelt, of de vergoeding voor wijziging in aanmerking kan komen (circ. 15 April 1916, afd. Dienstplicht, no. 135 L).

Een onderzoek naar de behoefte van het gezin dient de Burgemeester ook in te stellen, als het een gezin betreft, dat pas naar zijn gemeente is verhuisd. Dan moet de vergoeding, welke het van een anderen Burgemeester genoot, zoo noodig worden veranderd volgens den maatstaf, welke in de nieuwe woonplaats geldt (circ. 22 Sept. 1916, afd. Dienstplicht, no. 112 L).

Ook van andere zijde kan een onderzoek naar de mate, waarin gezinnen behoefte aan vergoeding hebben, worden ingesteld. In de laatste helft van 1915 zijn namelijk vergoedingscommissies ingesteld — voor elke provincie één -— bij wie personen, die niet tevreden zijn met de beslissing, welke de Burgemeester op hun vergoedingsaanvraag nam, hun beklag over de beslissing kunnen inzenden. Hun bezwaarschrift dient gericht te zijn aan den Minister van Marine, zoo de dienstplichtige behoort tot de zeemilitie; anders aan den Minister van Oorlog. De toezending moet echter niet rechtstreeks aan de Minister geschieden, doch aan de vergoedingscommissie — officieel genaamd „Commissie van Voorlichting in zake vergoeding wegens kostwinnerschap in

de provincie " en gevestigd in de hoofdplaats der

provincie. Mocht de toezending van het bezwaarschrift toch rechtstreeks aan den Minister plaats hebben, dan stelt deze het, zoo noodig, in handen van de commissie.

Zoo de inhoud van het bezwaarschrift er voor in aanmerking kan komen, stelt de commissie een nauwkeurig onderzoek omtrent de klacht in. Wanneer de woonplaats of verblijfplaats van het gezin binnenslands is gelegen, kan de commissie daar een persoonlijk onderzoek doen houden door den secretaris of een lid der commissie.

Met uitzondering van de gevallen, waarin blijkt, dat inwilliging van het bij het bezwaarschrift gedaan verzoek in