Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

INLEIDING.

De Opiiunaanvoerordonnantie is in het leven geroepen ten einde den invoer van onwettig opium in de verschillende gedeelten van NederlandschIndië beter te kunnen tegengaan. Voor enkele dier gedeelten was het bezit van opium aanWd van schepen tot nu toe öf niet öf onvolledig geregeld voor andere bestonden omtrent dat bezit en den aanvoer wel volledige bepalingen. Ook deze behoefden echter in vele opzichten wijziging. Zoo stekten die bepahngen, indien aan boord van een vaartuig onwettig bezit van opium werd geconstateerd, niet den bezitter, ook al was deze bv slechts passagier, doch alleen den gezagvoerder strafbaar. Hierin is thans verbetering gebracht. Ook de nieuwe bepalingen leggen echter, zooals hierna Ï-JL!^ 9eW1JZC besPfekin9 zal bli)ken, den gezagvoerder verschillende verplichtingen op, waaronder die om zooveel mogelijk het plegen van overtredingen te vowkoftien. Wordt eene overtollig ontdekt en kan hij niet aantoonen het mogelijke gedaan te hebben om het plegen er van te beletten dan is hij strafbaar (2e lid e. van artikel 13). Dat voorkomen vanovertredmgen zal behalve door scherp en voortdurend toezicht aan boord ook nog kunnen geschieden door de passagiers en de afschepers vooraf te waarschuwen dat geen onwettig opium ten vervoer wordt aangenomen Het zal daarom, zoowel voor de reederijen als de scheepsagenten en de gezagvoerders, aanbeveling\ verdienen om aan hen, die goederen willen verzenden ook al geschiedt dit .als pakket, de verplichting op te leggen om indien zich onder die goederen opium, of wat daarwder volgens artikel 1 ten 4e verstaan wordt, bevindt, daarvan, indien het geen doorvoer van en naar plaatsen buiten Nederlandsch-Indië of vervoer door of ten behoeve van het Gouvernement 'geldt, eene volledige, gespecificeerde opgave bij te voegen. Voor zooveel noodig ware daarbij tevens te eischen dat de noodiqe gegevens verstrekt worden op grond waarvan zij^éeenen-

ingeval van verzendennen of uitvoer uit Nederlandsch-Indië, tot die verzending of dien uitvoer bevoegd te zijn; en

als het geldt verzending binnen Nederlandsch-Indië tevens evenals bil invoer, dat hij, voor wien de goederen bestemd zijn, deze in ontvangst mag nemen fwie tot een en ander bevoegd zijn, zie hierna onder artikel vTa%**^a ■ctePdta9en dient er op gewezen te worden dat zij verplicht zijn,,men zij ander opium (of wat daaronder volgens artikel 1 ten 4e verstaan wordt) dan geneesmiddelen, klaargemaakt op recept van een bevoegd geneesheer, bij zich of onder hunne'goederen hebben, daarvan mededeeling te doen aan den gezagvoerder en dat zij bij het niet voldoen aan deze verplichting overeenkomstig het 3e lid van artikel 6 en het 2e lid c van artikel 13 gestraft kunnen worden met geldboete van ten hoogste honderd gulden of hechtenis van ten hoogste drie maanden

Voor een gemakkelijker overzicht van de gevallen waarin door den gezagvoerder aangifte van de aanwezigheid van opium moet worden gedaan

Sluiten