is toegevoegd aan uw favorieten.

De Reglementen der Nederlandsche Hervormde Kerk met aanteekeningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REGLEMENT OP DE VORMING VAN BUURTGEMEENTEN. i)

1) Dit Reglement is tegelijk met de I invoeging van art. 17* in het Algemeen Reglement (Zie de aant. aldaar), in werking gekomen 15 Jan. 1914. Hand. 1912 bl. 424—445, 544—548; 1913,JH. 529—577, 581—584.

Art. 1. Grootere gemeenten in den zin van art. 17* van het Algemeen Reglement zijn gemeeriftöi met meer dan één predikantsplaats en met meer dan één kerkgebouw.

Art. 2. De indeeling in buurtgemeenten geschiedt bij besluit van den (Algemeenen) Kerkeraad, het 'èbHe'ge van kerkvoogden gehoord.

Dit besluit wordt genomen met ten minste twee derden van het aantalJ HiWfig^itgebrachte stemmen, en dooi- Smftndiging van den kansel aan de gemeente mèdS*gedeeld.

Bij toepassing van art. 17* aj,J} van het AlgenjefR Reglement wordt het besluit tot yereeniging en indeeling genomen met ten minste twee derden van het aantal wettig uitgebrachte stemmen in elk van de Kerkeraden der aan elkander grenzende gemeenten.

Lidmaten dienen hunne bezwaren tegen de in de vorige alinea's genoemde besluiten schriftelijk bij den (Algemeenen) Kerkeraad in binnen 14 dagen na de afkondiging

Daarna behoeven deze besluiten

de goedkeuring van het Provinciaal KerkbestunrVhet Classicaal Bestuur gehoord, •welke Besturen rekening houden met de bezwaren, door lidmaten bij den (Algemeenen) Kerkeraad ingediend.

Art. 3. De centrale gemeente wordt bestuurd door den Centralen Kerkeraad, die de bevoegdheden en verplichtingen heeft, in de Reglementen aan den Kerkeraad toegekend en opgelegd, behoudens het bepaalde in de volgende alinea.

De buurtgemeenten worden bestuurd door buurtkerkeraden, die de bevoegdheden en verplichtingen hebben, welke in het Plaatselijk Reglement (art. 4) op hen zijn overgedragen.

Art. 4. De in art. 2 bedoelde besluiten bevatten"1 tevens een Plaatselijk Reglémënt op de buurtgemeenten. Dit reglement zal onder meer bepalen:

a. het aantal leden, waaruit elke buurtkerkeraad zal bestaan, met dien verstande, dat de leden dezer Kerkeraden te zamen den Centralen Kerkeraad vormen;

b. de bevoegdheden en verplichtingen, welke van den Centralen Kerkeraad geheel of gedeeltelijk op de buurtkerkeraden worden overgedragen ;

c. de uit die bevoegdheden en