Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

502

4<>. De man kan de wettigheid ontkennen van een kind, dat geboren is 300 dagen na dien, waarop een vonnis tot scheiding van tafel en bed kracht van gewijsde heeft verkregen. (Art. 309).

De vrouw zal in dit geval al zoodanige daadzaken mogen aanvoeren, welke geschikt mochten zijn tot bewijs, dat haar man de vader van het kind is. Als de ontkenning geldig verklaard is, zal door de verzoening der echtgenooten het kind geen wettigen staat kunnen verkrijgen. (Art. 309, tweede lid.)

De ontkenning van een kind kan niet anders geschieden dan door het instellen van een rechtsvordering, doch hieraan kan ontkenning bij een buiten rechte verleden akte voorafgaan, doch dit is niet noodzakelijk. *) Een buiten rechte verleden ontkenningsakte is echter krachteloos, zoo zij niet binnen twee maanden door een rechtsvordering is achtervolgd.

Daar de ambtenaar van den burgerlijken stand alleen die akten kan verlijden, waartoe hij uitdrukkelijk bevoegd verklaard is, kan ten overstaan van den ambtenaar van den burgerlijken stand deze buitengerechtelijke ontkenningsakte niet verleden worden. Als zoodanig kan ook niet gelden de geboorteakte van het kind, waarin de verklaring van den aangever voorkomt, dat de man der moeder de aangifte niet doet, omdat hij een actie tot ontkenning van het kind wil instellen,2) daar dit geen verklaring is van hem, die het kind ontkennen wil; de akte van geboorte kan immers slechts verklaringen van den aangever bevatten.

De ontkenning kan in de hiervoren genoemde gevallen geschieden door den man der moeder of door de erfgenamen van den man. Aan deze erfgenamen komt de rechtsvordering tot ontkenning van het kind slechts toe in het onder 2 hiervoren genoemde geval of als de man de actie reeds had aangevangen of althans de akte van ontkenning buiten rechte had verleden.

De ontkenning hetzij door rechtstreeks een actie in te stellen, hetzij door een buiten rechte verleden akte moet plaats hebben binnen een maand na de geboorte van het kind, indien de man zich bevindt op de geboorteplaats of binnen den omtrek daarvan en binnen twee maanden na zijn terugkomst, indien hij afwezig

') Zie een vonnis van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 24 Januari 1906; Weekbl. v. h. recht, no. 8441). 2) Vergelijk hetgeen op bldz. 177 en 241 is opgemerkt.

Sluiten