Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

vertoefde, zooals Mozes placht te verzekeren. Zoo begonnen zij te denken — en van booze, ontevredene gedachten kwam het tot woorden — en van woorden tot bedreigingen, zoodat Mozes tot den Heere moest zeggen : „er feilt weinig aan of ze zullen mij steenigen !" En dat waf Hetzelfde VOlk> dat de Heere uit Egypte geleid had door de hand van Mozes en Aaron — voor wiens aangezicht Hij de wateren der Schelfzee gekliefd had, zoodat zij op het drooge waren doorgegaan, terwijl de Egyptenaren voor hunne oogen verdronken waren. Dat was hetzelfde volk, dat te Mara door de wondermacht des Heeren het bittere water zoet had zien worden, en te Elim zoo welbehagelijk aan de waterfonteinen en onder de palmboomen zich gelegerd had. Is het dan niet een wonder van Gods lankmoedigheid en ontferming dat Israël daar te Rafidim over de Amalekieten mocht zegevieren ? Hadden zij niet verdiend door de vijanden verpletterd te worden?

In onze dagen, Gel., willen alle oorlogvoerende partijen graag overwinnen, en zij bidden er om. Ja, zij rekenen er zelfs min of meer op, daar ze meenen voor een rechtvaardige zaak te strijden. Wij zullen ons hierover niet uitspreken, maar wij durven wel verklaren dat alle partijen, zoowel de een als de ander, een overwinning verbeurd hebben. Verbeurd, al was het maar alleen om de zonde van murmureering. Hoe mild had God die volken gezegend 1 Welk een klimmende welvaart werd er onder alle volken van Europa gevonden. Maar ook welk een klimmende ontevredenheid. Hoe meer behoeften er vervuld werden, des te meer behoeften werden geschapen. De weelde nam toe met de welvaart. En nooit zei het menschelijk hart: het is genoeg. Er was murmureering in plaats van Stillen dank des harten. Men murmureerde tegen God, en ook tegen elkander. De partijschappen en beroeringen vermeerderden, en ondermijnden het leven der volken. Strijd was er van binnen, totdat de Heere God den strijd van buiten liet uitbreken. En als die volken nu tot God bidden om de zege over hunne wapenen, moeten ze dan niet allen in het besef hunner diepe onwaardigheid dat doen, al WAS het maar alleen vanwege de zonde hunner ongeloovige en liefdelooze murmureering?

Ook wij vermenigvuldigen tegenwoordig onze gebeden voor ons land en volk. Wij vragen dan wei niet om overwinning, zooals dé oorlogvoerende volken, maar om bewaard te mogen blijven bij den vrede en bij de onafhankelijkheid. Wij vragen dan ook om be-

Sluiten