is toegevoegd aan uw favorieten.

Van de defensie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

114

VESTINGSTELSEL EN VERDEDIGINGSPLAN.

linie, enz. Na Coehoorn was het regel geworden, dat een vesting tot een linie behoorde. Maar dat men de aldus gevormde liniën en stellingen, in hun samenhang dan weer tot een vesting verklaarde, kan toch niet veel meer dan fantasie zijn. Men denke aan de zaken, die inhaerent zijn aan een vesting. Aan verboden kringen en aan de vele onderwerpen, die in de instructie van een vestingcommando zijn geregeld en die al te gader op een complex van stellingen niet toepasselijk kunnen zijn. De „vesting Holland" is, als men haar reëel neemt, een bedenkelijk novum. Onze militaire ingenieurs hebben zich daar niets van aan te trekken. Het zou een novum zijn bedacht door de mannen, laat ik zeggen, van de vaderlandsche strategie. Langen tijd is de naam „vesting Holland" een doodonschuldige aanduiding geweest. Het was een beeld als een ander, waarbij men kon denken aan bloem en blad. Een oneigenlijkheid die weinig schaadde. Het gebied dat men met de „vesting" op het oog had, was het landsgedeelte, dat door de vestingwet voor een duurzame verdediging bestemd is. Er was sedert geen verschil van meening omtrent den plicht om dit gebied, naargelang van de omstandigheden, met de beschikbare en dienstige middelen, tegenover pogingen van een vijand om het te betreden en in bezit te nemen, te handhaven. De wijze hoe kon verschillen, de vraag höelang kon van omstandigheden afhangen. Een aanval uit het westen en over zee stelde andere mogelijkheden en opende een vermoedelijk korter versohiet dan een aanval uit andere hoeken. Het beeld „vesting" sloot dit niet uit; het deed aan de zaak af noch toe.

Intusschen is het toch noodig geworden, in een onderzoek, dat het vestingstelsel ten slotte als zoodanig, dus als geheel, in oogenschouw neemt, het begrip „vesting Holland", zooals dit thans gangbaar dreigt te worden, te toetsen. Men is zich namelijk niet meer duidelijk bewust, dat op deze imaginaire grootheid niet elke hoofdbewerking als op een reëele grootheid, kan worden toegepast. Het begrip vesting wekt zorgen en bemoeiingen, die zoolang men zich bewust bleef, met beeldspraak te doen te hebben, ten opzichte van Holland niet op den voorgrond konden komen. Allengs begonnen zij zich niettemin te vertoonen. Eischen ter zake van deze zorgen hebben izioh om behartiging aangemeld. Ik behoef maar te wijzen op de, in allen ernst en met aandrang gestelde vraag naar een „bureau voor de vesting Holland". Er gaat een gerucht, dat dit bureau in voorbereiding is