Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2

Openbaringen 16 : 8—15.

Heeren is voor degenen, die Hem vreesen, ende Zijn verbont om hen die bekend te maken; waarvan ook alle de Profeten getuigen zijn en de te voren in de zale van Cajaphas bezwijkende Petrus stond uit dien hoofde, op het eerste Christen-Pinksterfeest ook manmoedig op en sprak onbevreesd, vol des Geestes tot beschaming van de laffe spotters, Hand. 2 : 16 enz., zeggende: Dit is 't, dat gesproken is door den Propheet Joel. (Cap. 2 : 28): Ende het zal zijn in de laatste dagen, zegt God. Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vleesch] ende uwe zonen ende uwe dochteren zullen profeteeren ende uwe jongelingen zullen gezigten zien, ende uwe oude zullen droomen droomen.

Ja, ik zelve mag hiervan na de barmhertigheid aan mij geschied, getuige zijn, tot roem van Gods vrije en souvereine genade, doch niet uit mij, maar door Gods gave aan mij, die in mij zeiven onder hemelhooge bergen van schulden bedolven lag, die mij in een eeuwig en eindeloos verderf gewis en onherstelbaar hadden doen nederzinken, zoo indien de Heere Heere uit vrije ontfermende en nooit gedachte nederbuigende goedheid, naar mij niet hadde omgezien. Want ik was geheel dood en verzwolgen door een oceaan van misdaden (Eph. 2:1) maar nu met Christo gekruist, daarom leve ik. (Oal. 2. : 20.) doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij, ende 't gene ik nu in het vleesch leve, dat leve ik door het geloove des Zoons Gods, die mij lief gehad heeft, ende Hem zeiven voor mij overgegeven heeft. En hebbe dus in mij zeiven geen eenig of enkel korreltje gevonden, dat naar goed geleek, en mij dezen rijkdom waardig maakte, hetwelke den vrijmachtigen wetgever iets, hoe gering ook aan mij zou hebben doen verplichten. Neen, neen, toch niet! maar het grondt en steunt enkel en alleen op het vrijwillig offer van mijn Goël en Losser. Wee mijner, indien ik aan mij zeiven gelaten was! Dan zoude ik gewis door het vuile mijner zonde vergaan en omkomen, dewijl ik een man ben van onreine lippen, ende wone in 't midden eens volks, dat ook mede onrein van lippen is (Jes. 6 : 5) te meer omdat de van hoogmoed opge-

Sluiten