Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

elkaar grenzende ondernemingen gemaakt worden, verneemt men cijfers van resp_50 en 30 en 35 cent; zeker een hooger dagloon dan elders op Java en zelfs in de Buitenbezittingen wordt betaald. . , . , .

Aan Banjoewangiplanters is weieens verweten dat hun doel is met de opnchtmg van B 1 B en met hun aandringen op werkcontracten met poenale sanctie enz. voor hunne'ondernemingen goedkoop werkvolk te krijgen

doel van de Banjoewangiplanters is te krijgen zekerheid van bedrijf. Dit wil met zeggen, dat zij niet gaarne goedkoop werkvolk zouden wülen hebben als dl te krijgen was Maar zij zijn van oordeel dat alleen op een flink dagloon goed wordt gewerkt.

' Wat de dagloonen betreft, komen wij op tegen de meening van sommige buitenstaanders dat wij in H algemeen werken op lage dagl«men. Wij weten zeer goed wat een werkman toekomt en zijn ook niet bang flink te betalen, VJat b. v.in de zitting van de Tweede Kamer van 24 November 1913 is gezegd, ten opzichte van de Banjoewangiplanters: „Hier ziet men den wolf, die maar altijd meer wil eten hier ziet men de menschen, die den Javaan maar steeds meer willen uitbuiten die zelfs de strafwet willen gebruiken om'den Javaan tot een koelie te maken, in den slechtsten zin^ van het woord", is voor degenen die op de hoogte zijn der toestanden onzin. Zulke tirades zijn beneden de waardigheid van een volksvertegenwoordiger en beneden alle knWk is wel wat erop volgt: „De arbeiders daar in Indie zijn met de arbeiders van hie . Hun eenig verweer is, dat zij eens een assistent doodslaan en dat is een paardenmiddel, dat ik zeer betreur. In de eerste plaats voor dien assistent, maar ook in het algemeen. Het is zeker een zeer inhumaan middel, maar dan zorge men ook dat de menschen goed behandeld worden. Dat geschreeuw over een zoo n assiStentmoord is anders wel wat zonderling bij al de moorden, die de ondernemers als zoodanig al hebben gepleegd, waar die koelies vaak als ratten moesten sterven, bi, dozijnen, ja bij honderden tegelijk in hospitalen of door ellendige huisvesting. '

Meï vraagt zich af of zulk een lid van de Tweede Kamer wel goed bij zijn zinnen was, toen bij deze woorden bezigde. De heer Schaper gaat anders nogal door voor iemand begaafd met gezond verstand, maar toen hij deze woorden sprak was

dat gezond verstand ver te zoeken. . .

dat gezo o^ ^ ^ ^ recht ^ meer omtrent het Bes> Immi.

gratie Bureau verkeerd wordt verteld. De heer Sannes beweert, eveneens op gezag van de Indische Gids, dat de Resident van Besoeki verklaard heeft genegen te.zijn geen gronden ter ontginning te doen afstaan aan immigranten, die aan hun arbeids overeenkomst met «en onderneming niet hebben voldaan. ' ■

De zaak is deze: het Bestuur van het Bes. Immigratie Bureau hee t aan den Resident bij monde van den Voorzitter van dat bestuur verzocht faciliteiten te tschaflen voor het verkrijgen van woeste gronden in de ahleeling die immigranten welke aan hunne verplichtingen hadden voldaan De Resident. heett daarop dTe faciliteiten toegezegd. Er is dus niet door den Resident, zooals de heer SannePs beweerde, een straf ingevoerd oP het niet nakomen van een «vtehechta«k contract, maar eenvoudig heeft hij samengewerkt met de P^^^^^ ^ Banjoewangi dichter bevolkt te krijgen door ook voor de contractanten van B I. b een deel van de duizenden bouws groote reserve aan woeste gronden beschikbaar te stellen f3. Er is in antwoord op de vijfde vraag van de enquête: „waar zijn de met

meer aanwezigen gebleven", veelal gezegd: „enkele of voor een deel vertrokken naar nXrige ondernemingen, een gedeelte of bijna allen verhuisden naar naburige desas, de meesten gingen terug naar hun plaats van herkomst.

de mee^n|n^ het verl der immigratie meer uitvoerig te scheen dan

in korte categorische "antwoorden mogelijk was. Er is in deze onderethead tusschen

Sluiten