is toegevoegd aan uw favorieten.

De expeditie naar Zuid-Celebes in 1905-1906 : officiëele bijdragen van het Departement van Oorlog in Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

334

den 3den Februari voldoende petekés aanwezig, waarmede een peloton onder den kapitein Hamakers naar Enrekang afmarcheerde; den lOden Februari volgde het andere peloton zijner compagnie.

Den 14den Februari ontving de majoor de Wijs uit Kalossi het bericht van den commandant der Timoreesche compagnie, dat den 5den Februari de bergstellingen bij Lali en 6 andere stellingen genomen waren (zie hoofdstuk XXI) en dat de vorst van Gowa zou gevlucht zijn naar Rimboeng. Ook werd den 14den bericht ontvangen van de reeds beschreven overvalling van Langga (13/14 Februari). In verband met het verzoek om versterking van den bivakcommandant te Langga werd dit bericht doorgezonden naar de colonne Goldman te Pinrang.

Op het verzoek van den majoor de Greve, assistent-resident van Boni, werd ook van uit Rappang steun verleend bij de actie tegen Belawa, een landschap gelegen ten N. van het meer van Tempé (').

De lste luitenant Bartelds rukte den 22sten Februari met 60 geweren naar Belawa op, alwaar alles rustig bevonden werd. Den volgenden dag kwam daar ook de colonne de Greve, sterk 100 bajonetten, uit Boni en keerde de afdeeling Bartelds, na op verzoek van den majoor de Greve een detachement van 25 men te Boeloe-Bangi te hebben achtergelaten, naar Rappang terug. Den 26sten Februari werd ook dit detachement naar Rappang teruggezonden.

Bij 'de lste compagnie, welke in 2 pelotons den 3den en lOden Februari naar Enrekang was opgerukt, deed zich tot den 22sten Februari niets bijzonders voor, toen eene patrouille van 55 geweren onder den 2den luitenant Buijs bij de kampong

1) Naar aanleiding van door den assistent-resident van Boni ontvangen berichten, dat de bevolking van het landschap Belawa zich niet onder Wadjo rekende en in verband daarmede ook geen aandeel wenschte te betalen in de aan Wadjo opgelegde oorlogsschatting—reden waarom het zich op verzet voorbereidde en daaraan reeds gedeeltelijke uitvoering had gegeven door het opwerpen van eene borstwering beoosten de Salo-Tokadek—besloot Z. Ed. G. tot machtsvertoon in gemeld landschapje over te gaan, waartoe bovendien aanleiding bestond, omdat gebleken was dat de rooverbenden, die af en toe Sidenreng onveilig maakten, thuis behoorden in de kampong Belawa.