Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bodedienst. — Er zijn, naar het oordeel van ons Bestuur, te veel beambten werkzaam bij de Departementen c. a. In zekeren zin zijn zij nog overblijfselen uit den tijd, toen bij het Algemeen Bestuur eenig ornament niet kon ontbreken. Zelfs de laagste ambtenaar had altijd een „bode" tot zijn beschikking.

Sindsdien is er véél in de administratie veranderd.

Men kreeg telefonische aansluitingen, en er werd overgegaan tot het aanstellen, op groote schaal, van „schrijvers", wier werkkring over het algemeen minder de diensten van ,.beambten" vergt. Thans staat de maatschappij in het teeken van opvoering der productie, zoodat elke beschikbare arbeidskracht zoo nuttig mogelijk behoort te worden aangewend. De beambten van wie hier sprake is zijn echter volstrekt improductief. Zij doen alléén boodschappen, brengen stukken rond, enz., doch den tijd dien ze daarvoor niet behoeven te gebruiken, moeten zij veelal in ledigheid doorbrengen. Nu hangt het veel van de ambtenaren af of de beambten het druk hebben. Past men een verstandig stelsel toe, n.1. dat niet voor elke kleinigheid een bode wordt gebeld, of dat een ondergeschikt ambtenaar zooveel mogelijk stukken haalt of brengt, dan blijft er voor de talrijke „beambten" eigenlijk maar weinig meer te doen.

Reeds thans doen zich gevallen voor, dat boden om eenigen administratieven arbeid verzoeken omdat ze zoo weinig „werk" hebben. Soms verrichten zij ook expeditiediensten, maar in den regel blijft de arbeid dier beambten beperkt tot het heen en weer loopen in het gebouw, of het „zitten wachten" in een bodenkamertje.

Op dezen tak van dienst, die het Rijk per jaar méér dan één half millioen gulden kost, zou, met eenigen goeden wil op den duur zéér véél kunnen worden bezuinigd.

Voorkoming van dubbelen arbeid. — Verschillende Departementen hebben hier ter stede „Colleges" gevestigd, aan welke de leiding van, of het toezicht op, bepaalde zaken wordt opgedragen, terwijl ook afdeelingen van die Departe-

8 -

Sluiten