is toegevoegd aan uw favorieten.

Het hoogfatsoen van Herr Feuer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„O," zei ik, en ik boog me diep over mijn blocnote.

„Ja. En die man, dat was een zeer onfatsoenlaik mensch, Ik Wendde mai direct tot hem, en ik zai: mainheer, u moet uw hond moilpanderen. Uw hond is er gevaarlaik. „Soa," zai hai, „moi." Ik sai: „moi. Moi. Niet moi. Weet u wien u voor hebt ?" „Wat kan main dat schelen," sai hai. Ik sai : „góed. Maar merkt u dit voor, ik laat het hier niet paiIk heb uw hond niet aangekwispelstaartet. Uw hond heeft main aangekwispelstaartet." En toen lachte hai mai oit, Piereman."

„O," zei ik weer.

„Ja, en nu schraif je een prief aan de barticuliere vailigheidsdienst, en je dient er je peklag in." „Weet u hoe die man heet ?" „Wat kan jou dat schelen ?" „Hoe kan ik anders schrijven?"

„Piereman, jai pent hier de correspondente. Jai schraift. Ik toch niet, zeker. En denk erom, die prief is brivatim." — Ik flanste een onzinnig epistel in elkaar. In een hoek schreef ik „Privatim." Maar 's avonds toen Herr Direktor de post doorlas, keek hij bij den veiligheidsdienst voorhoofdfronsend naar mij.

„Piereman, wat is dat: een hond heeft mai aangevallen. Dat heb ik je toch niet gezegd. Aangekwispelstaartet heet het. Alles moet je hier ook zelf doen. Schraif het over."

,,'t Is precies hetzelfde, mijnheer."

„Kan mai niet schelen. Schraif over."

86