Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

stilte, terwijl ze met de voeten scharrelde over den hobbeligen leemen vloer.

— Hoe vaak heb ik nou al niet gezegd, dat ik er niks an kan doen, dat die vent op m'n weg komt! Houdt dat gezeur dan nooit opf

Fel gaf de vork een klik tegen het grove steen.

— Als ik op 't pad ben en die vent loopt meef Wat moet ik dans* De weg is ook niet van mijs*

— Maar als jij hem niet aanhaalt. Die lui daar op de Hooghoeve willen met ons wat te maken hebben! Kan je wel narekenen: zij — en wij

Trees schikte achteruit.

— Aanhalen < Aanhalen! Nou als dat aanhalen is, dan heb ik d'r geen verstand van!

— 't Is een knappe jongen, begon weer de oude en met een heele hoop centen — en —

— Och moeder, schei toch uit! Wat wil je toch?* Wat gaat hij mij aanS" Als hij weer op mijn pad komt, dan zal 'k hem nog beter te woord staan, al was hij nog tienmaal zoo'n knappe jongen en al had hij nog honderd maal zooveel geld !

De oude schudde 't hoofd en keek haar dochter stijf aan, terwijl ze de vork neerlegde en tegen den rug van haar stoel ging leunen. Er was weer een felle schijn in haar scherpe oogen en haar houding had iets demoniesch. Ze scheen haar dochter te peilen, hoe woord en houding samen vielen of streden — en hoe 't daarbinnen dan wel moest zijn — En scherper werd de schijn in die -kleine vlijmende oogen.

Trees bleef doorprikken met een star, vervelend gezicht, stak brok na brok naar den mond — en toen ook zij had gedaan werd vlug het bordegrei opgenomen, en 't licht ging uit.

Sluiten